Volgend jaar wordt het oprichten van een BV gemakkelijker maar fiscaal gezien niet aantrekkelijker

Vanaf volgend jaar wordt het oprichten van een Besloten Vennootschap (hierna BV) voor ondernemers veel eenvoudiger. Een notaris is dan alleen nog maar nodig voor bijzondere constructies.

Het minimum te storten kapitaal van € 18.000 wordt afgeschaft. De administratieve kosten voor het oprichten van een BV neemt hierdoor met 90% af.

Wanneer de nieuwe wet wordt ingevoerd zal bij inbreng in natura de verplichte blokkeringsregeling en de bank- en accountantsverklaring verdwijnen.

Naar verwachting zal medio volgend jaar de wet worden ingevoerd nu het wetsvoorstel al is goedgekeurd door de Tweede kamer en het bij de Eerste kamer ligt ter goedkeuring.

Is het straks voor zelfstandigen aantrekkelijker om in de BV te gaan?

Wordt het nu voor zelfstandigen aantrekkelijker om hun eenmanszaak in te brengen in een BV.

Deskundigen zijn van mening dat dit niet het geval is. Ondanks de daling van de oprichtingskosten van een BV blijft het ondernemen in een eenmanszaak vooral voor kleine ondernemers in veel gevallen aantrekkelijker dan een BV. 

Ondernemen met een eenmanszaak

Kenmerk van het ondernemen in een eenmanszaak, bijvoorbeeld een ZZP-er, is dat de winst die je maakt in principe gelijk is aan het belastbaar inkomen voor de inkomstenbelasting. Afhankelijk van de hoogte van het belastbaar inkomen kan de belastingdruk oplopen naar 52%. Dit is best een hoog tarief maar er zijn allerlei fiscale faciliteiten voor ondernemers om de winst te drukken.

Onderdeel van deze faciliteiten is de ondernemersaftrek welke bestaat uit de zelfstandigenaftrek/startersaftrek. Indien de winst niet hoger is dan € 14.405 bedraagt de ondernemersaftrek (2011)nu nog € 9.484. Dit bedrag loopt geleidelijk terug naar € 4.602 bij een winst groter dan € 59.810.

In 2012 zal de ondernemersaftrek uit een vast bedrag bestaan van € 7.280 ongeacht de hoogte van de winst. Naast de ondernemersaftrek heeft de ondernemer ook nog recht op de MKB-winstvrijstelling van 12% van de winst na afrek van de ondernemersvrijstelling.

Inkomstenbelastingvoordelen

Deze voordelen kunnen aardig oplopen. Bij een winst van bijvoorbeeld € 100.000 bedragen deze aftrekposten samen ruwweg € 21.000. De belastingdruk is nog geen 52% inkomstenbelasting , dit betekent een netto besparing van € 10.500.

De BV heeft deze aftrekposten niet, maar heeft wel lagere belastingtarieven (20- 25 procent) in de vennootschapsbelasting en het lage tarief in box 2 van de inkomstenbelasting.

Vennootschapsbelasting

Indien je onderneemt met een BV, dan betaal je vennootschapsbelasting over de winst die het bedrijf maakt. Over de eerste € 200.000 winst betaal je 20% vennootschapsbelasting, daarna 25%.

Indien je winst uitkeert aan de aandeelhouder, betaal je hierover 25% dividendbelasting. Je salaris wordt betaalt door de BV, waar je inkomstenbelasting over betaalt.

Het verschil in tarieven (inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) zou een aanleiding zijn om jezelf een zo laag mogelijk salaris uit te keren en een zo hoog mogelijke winst. Echter het uitkeren van salaris aan de directeur groot aandeelhouder (DGA) is aan regels gebonden.

Het salaris van de DGA zal moeten voldoen aan de gebruikelijk loon regeling. Dit betekent dat het salaris mimimaal € 41.000 bedraagt of als dat hoger is minstens 70% van een markconform salaris voor iemand die dezelfde functie uitoefent die geen BV heeft.

Voor de DGA die nagenoeg zelf voor alle omzet van de BV zorgt is de zogenaamde afroommethode van toepassing. In het kort betekent dit dat 70% van de winst voor salaris als salaris moet worden opgenomen.

Een voorbeeld: stel dat winst voor salaris € 100.000 bedraagt dan zal er € 70.000 worden uitgekeerd. Er resteert dan nog € 30.000 om winst (dividend) uit te keren. Dat is dus niet voordeliger fiscaal gezien dan een eenmanszaak.

In het geval dat de DGA een salaris van € 41.000 mag uitkeren, dan blijft er € 59.000 over om als dividend uit te keren en komt het omslagpunt voor de BV snel dichterbij.

Je bent als DGA niet verplicht om dividend uit te keren, je mag het in de reserves van de BV laten staan. Echter de winst uit een eenmanszaak wordt volledig belast, dus is het wel fair om bij de berekening aan te nemen dat er dividend is uitgekeerd.

Omslagpunt ondernemen in eenmanszaak of BV

Wanneer wordt het nu aantrekkelijk om te ondernemen vanuit een BV? Dat hangt af van wat jezelf aan salaris uitkeert, en wat resteert als dividend.

Wat ook een rol speelt is dat je dividend niet meteen hoeft uit te keren en ook privé-aftrekposten zijn van invloed in het bepalen van jouw persoonlijke omslagpunt als ondernemer.

Omdat veel factoren een rol spelen is een vergelijking om het omslagpunt te bepalen  niet eenduidig aan te geven. Als ik dan toch een poging waag kan je als richtlijn nemen dat bij winsten vanaf € 120.000 het raadzaam is om een en ander door te laten rekenen.

Aansprakelijkheid

Het oprichten van BV hoeft niet altijd puur uit fiscale overwegingen te zijn voortgekomen. Aansprakelijkheid kan ook een reden zijn om een BV op te richten. Een BV heeft beperkte aansprakelijkheid. Ga je als eenmanszaak failliet dan ben je ook persoonlijk failliet. Schuldeisers kunnen je ook in privé aanspreken. Ben je in gemeenschap van goederen gehuwd dan kunnen schuldeisers ook het vermogen van je partner aanspreken.

Het wordt nu wel aantrekkelijker om een BV op te richten maar fiscaal gezien is het niet aantrekkelijker voor ondernemers om over te stappen naar een BV.

Conclusie

Wees gewaarschuwd de voordelen die een Flex BV biedt, zijn niet de factoren die van invloed zijn op de keuze eenmanszaak of BV.

Om een indicatie te geven: een ondernemer met een winst van € 41.000 betaalt in een BV bijna € 4.500 meer belasting dan in een eenmanszaak. De Flex BV verandert  daar niks aan. Kom niet in de verleiding.

Geplaatst in Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Vennootschapsbelasting | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 12 reacties

BTW-forfait op privégebruik auto: 2,7% van de cataloguswaarde

De BTW-afdracht op privégebruik auto van de zaak is op 1 juli 2011 ingrijpend gewijzigd. Het privégebruik van een auto van de zaak wordt door de ondernemer zelf of zijn personeel, bij gratis ter beschikking stellen van de auto, aangemerkt als een fictieve dienst. Waar wordt de BTW over verschuldigd? Over het werkelijke privégebruik; woon-werkverkeer geldt daarbij als privégebruik. Ter voorkoming dat de ondernemer het werkelijke privégebruik moet bijhouden (registreren) heeft Financiën goedgekeurd dat de BTW over die fictieve dienst forfaitair wordt vastgesteld op 2,7% van de cataloguswaarde van de auto (inclusief BTW en BPM).

Per 1 juli 2011 heeft Financiën de BTW afdracht over privégebruik auto van de zaak ingrijpend gewijzigd: zie mijn blog van 23 juni 2011 http://t.co/3e6Ygay. Doorslaggevend is dat de BTW op het privégebruik ontkoppeld is van de (variabele) bijtelling voor de auto van de zaak voor de heffing van loon- en inkomstenbelasting. Het werkelijke privégebruik is de maatstaf waarover BTW wordt verschuldigd. Verder behoort tot het privégebruik ook het woon- werkverkeer. Voor de loon- en inkomstenbelasting geldt dat wel als zakelijk autogebruik. Om het werkelijke privégebruik te kunnen vaststellen dient een sluitende kilometeradministratie te worden opgesteld per auto. Ter beperking van de administratieve lasten en de uitvoeringskosten keurt Financiën goed dat de BTW forfaitair wordt vastgesteld op 2,7% van de cataloguswaarde (inclusief BTW en BPM) van de auto. De ondernemer die gebruik maakt van deze goedkeuring kan in eerste instantie de BTW die drukt op de autokosten als voorbelasting in aftrek brengen. Vervolgens moet hij in het laatste belastingtijdvak van het kalenderjaar het forfait voor privégebruik toepassen en de verschuldigde BTW op het privégebruik aangeven. Als de auto niet het volledige kalenderjaar voor privé doeleinden ter beschikking staat, moet de BTW naar tijdsgelang worden berekend.

Opmerking Het forfait van 2,7% is in vergelijking tot de oude regeling voordelig voor duurdere auto’s met een hoge bijtelling voor privégebruik. Een auto met een cataloguswaarde van € 50.000, met 25% bijtelling kostte aan BTW-afdracht op jaarbasis € 1.500 (12% van 25% van € 50.000). Onder de nieuwe regeling is dat € 1.350 (2,7% van € 50.000). Maar bij een bijtelling van 14% kantelt dat: de oude regeling kostte aan BTW € 840 (12% van 14% van € 50.000, onder de nieuwe regeling is dat privégebruik€ 1.350. Het verschil wordt nog groter voor auto’s zonder enige bijtelling voor privégebruik, de milieuvriendelijke auto’s met 0% bijtelling, en de auto’s van de werknemers met een verklaring geen privégebruik. Mogelijk gevolg hiervan is dat de werkgever een hogere bijdrage gaat vragen voor het privégebruik om de hogere BTW afdracht te compenseren.

Geplaatst in Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Omzetbelasting, ZZP | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

De Spaarloongregeling vervalt per 1 januari 2012

Vanaf 1 januari 2012 kunnen werknemers geen geld meer inleggen voor belastingvriendelijk sparen via de spaarloonregeling. Voor het tot die datum ingelegde spaarloon blijven de oude fiscale regels gelden. De versnelde afschaffing van de spaarloonregeling is een van dekkingsmaatregelen om de tijdelijke verlaging  van de overdrachtsbelasting (van  6% naar 2%) te bekostigen. De spaarloonregeling en de levensloopregeling zal in 2013 opgaan in de vitaliteitsregeling.

Deze plannen zijn vastgelegd in het regeerakkoord van het kabinet Rutten waarin is besloten dat de spaarloonregeling en de levensloopregeling worden afgeschaft en opgaan in een nieuwe vitaliteitsregeling. De vitaliteitsregeling is bedoeld om  werknemers te gaan helpen met het vrij maken van tijd en geld voor zorgtaken, scholing, het starten van een eigen bedrijf of voor een deeltijdpensioen. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe deze regeling eruit zal zien. Op zijn vroegst zal deze regeling ingaan 1 januari 2013. Het
kabinet heeft besloten om de spaarloonregeling eerder af te schaffen, vanaf 1 januari 2012 kunnen werknemers geen spaarloon meer gefaciliteerd sparen. Het reeds opgebouwde spaarloon wordt volgens de huidige wettelijke systematiek in vier jaar vrijgegeven. Dat kan eerder als men gebruikt maakt van een mogelijkheid van onbelast deblokkeren. In die afbouwperiode blijft de vrijstelling van het geblokkeerde tegoed in Box 3 in stand. Na vier jaar wordt de spaarloonregeling dan opgeven. Deze ‘fasering van de vitaliteitsregeling’ levert de schatkist € 500 miljoen op. Deze middelen worden dan gebruikt voor de financiering van de verlaging van de overdrachtsbelasting van 6% naar 2%.

Opmerking: Deze regeling kost werknemers hun vrijstelling over 2012 van € 613 aan spaarloon. Bij spaarloon in de vorm van aandelen of een aandelenoptierecht zelfs het dubbele bedrag van € 1.226. Dat is niet leuk voor werknemers in Nederland. Tenzij ze binnenkort een huis gaan aanschaffen.

Geplaatst in Aangifte inkomstenbelasting, Inkomstenbelasting | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Nieuw systeem voor btw-correctie privégebruik auto van de zaak per 1 juli 2011

Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft op vrijdag 17 juni 2011 aangekondigd dat de wettelijke regeling voor het corrigeren van btw-aftrek op het privégebruik van de auto van de zaak door personeel en ondernemers zal worden gewijzigd. Wat is er aan de hand. De huidige aftrekbeperking vastgelegd in het “Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting” (BUA) zal worden vervangen door een btw-heffing over het privégebruik.

Rechtbank Haarlem heeft op 1 juni 2011 geoordeeld dat een ondernemer met succes een beroep kan doen op het gelijkheidsbeginsel voor de btw-correctie privégebruik auto van de zaak. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beleid van de staatsecretaris om bij de btw-correctie aansluiting te zoeken bij het inkomstenbelasting- en loonbelastingforfait, voor de btw niet relevant is. Volgens de rechtbank is er sprake van begunstigend beleid voor gebruikers van milieuvriendelijke auto’s ten opzichte van gebruikers van andere auto’s, terwijl alle auto’s als gelijke gevallen worden gezien door de rechtbank. Gevolg hiervan is dat alle belastingplichtigen zich op dit begunstigende beleid kunnen beroepen (toepassing van de meest gunstige correctiepercentage), aldus de rechtbank. Staatssecretaris Weekers heeft op 14 juni 2011 aangekondigd dat de Belastingdienst in beroep zal gaan tegen deze uitspraak van Rechtbank Haarlem. Omdat het niet helemaal zeker is dat een hogere rechter het oordeel van de rechtbank zal afwijzen, wordt er wetgeving voorbereid die tot gevol zal hebben dat de btw-correctie wordt losgekoppeld van de bijtelling in inkomsten- en loonbelasting. Weekers heeft op 17 juni 2011 aangekondigd hoe deze nieuwe correctiemethodiek er, in grote lijnen, zal uitzien.

Nieuwe correctiemethode privégebruik auto’s per 1 juli 2011
Per 1 juli 2011 zal het privégebruik van auto’s en bestelauto’s van de zaak door personeel en ondernemers volgens de aankondiging van de staatssecretaris volgens de volgende methodiek worden gecorrigeerd:

  • De btw op de kosten met betrekking tot de auto’s wordt in beginsel volledig afgetrokken;
  • Als de ondernemer geen vergoeding vraagt voor het privégebruik van de auto, is aan het einde van het jaar btw verschuldigd over het daadwerkelijke privégebruik.
    Woon- werkverkeer wordt daarbij overigens, anders dan nu, voor de btw als privégebruik aangemerkt. Ondernemers kunnen er ook voor kiezen een correctie te maken ter grootte van een forfaitair percentage van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm);
  • De staatssecretaris zal maatregelen nemen om te voorkomen dat de heffing over het privégebruik kan worden geminimaliseerd door lage vergoedingen voor het privégebruik in rekening te brengen. In dergelijke gevallen zal de heffingsmaatstaf voor de correctie vermoedelijk worden gesteld op de ‘normale waarde’ van het privégebruik.

Bron: Ministerie van Financiën, 17-6-2011. Nr. DV/2011/318.

Geplaatst in Aangifte inkomstenbelasting, Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Omzetbelasting, Vennootschapsbelasting, ZZP | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

Criteria voor partnerschap erf- en schenkbelasting niet te strikt uitleggen

In het kort

Met ingang van 1 januari 2010 is het partnerbegrip in de Successiewet gewijzigd. Indien deze criteria erg strikt wordt toegepast kan het ertoe leiden dat onder omstandigheden twee samenwoners die wel voldoen aan de daarvoor geldende criteria toch niet
kwalificeren als partner indien er een derde persoon op hetzelfde woonadres staat
ingeschreven. Je kan hierbij denken aan onder meer familiesamenwoners (meer dan twee in het ouderlijk huis wonende broers en zusters) en meerrelaties die al vijf jaar op
hetzelfde woonadres zijn ingeschreven. In die gevallen zouden de voordelen van hoge
vrijstelling en lage tarieven voor partners niet van toepassing kunnen zijn
vanwege die derde persoon. De Tweede Kamer heeft hier vragen over gesteld en Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft hier op geantwoord dat hij dit gevolg ongewenst acht en heeft aangegeven dat als twee personen een notarieel samenlevingscontract hebben afgesloten, dat dit de doorslag moet geven. Hij kondigt een beleidsbesluit aan waarin hij zal goedkeuren dat in een dergelijk geval de personen met een notarieel samenlevingscontract elkaars partners zijn. De ander die bij hen
inwoont blijft dan buiten aanmerking bij de beoordeling van het partnerschap
van de notarieel samenwoners. De goedkeuring geldt ook voor het tot 1 januari
2012 geldende overgangsrecht voor het samenlevingscontract.

Volledig artikel

Met ingang van 1 januari 2010 is het partnerbegrip in de
Successiewet gewijzigd en gelden de volgende criteria.

1. Gehuwden en daarmee gelijkgestelde geregistreerde partners (gescheiden van
tafel en bed wordt als ongehuwd beschouwd);
2. Ongehuwden, indien wordt voldaan aan alle vijf voorwaarden:
a) beiden meerderjarig;
b) op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de gemeentelijke
basisadministratie;
c) wederzijdse zorgverplichting aangegaan bij notariële akte (tenzij al vijf
jaar samenwonen);
d) geen bloedverwant in de rechte lijn (tenzij een van de partners
‘mantelzorger’ is);
e) geen meerrelaties.

Een erg strikte toepassing van deze criteria kan ertoe leiden dat onder
omstandigheden twee samenwoners die wel aan de daarvoor geldende criteria
voldoen, toch niet kwalificeren als partner omdat een derde persoon op
hetzelfde woonadres staat ingeschreven. Het betreft onder meer
familiesamenwoners (meer dan twee in het ouderlijk huis wonende broers en
zusters) en meerrelaties die al vijf jaar op hetzelfde woonadres zijn
ingeschreven. In dat geval zouden de hoge vrijstelling en lage tarieven voor
partners niet van toepassing kunnen zijn vanwege die derde persoon.

Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft op Tweede Kamervragen geantwoord
dat hij dit gevolg ongewenst acht en heeft aangegeven dat als twee personen een
notarieel samenlevingscontract hebben afgesloten, dat de doorslag moet geven.
Hij kondigt een beleidsbesluit aan waarin hij zal goedkeuren dat in een
dergelijk geval de personen met een notarieel samenlevingscontract elkaars
partners zijn. De ander die bij hen inwoont blijft dan buiten aanmerking bij de
beoordeling van het partnerschap van de notarieel samenwoners. De goedkeuring
geldt ook voor het tot 1 januari 2012 geldende overgangsrecht voor het
samenlevingscontract.

Bron: Ministerie van Financiën, 6-6-2011, nr. DB/2011/138U.

Geplaatst in Aangifte inkomstenbelasting, Erf- en schenkbelasting, Inkomstenbelasting, Successie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Auto wel of niet in de eigen onderneming?

Ondernemers , zzp’ers en leden van een maatschap hebben de keuze of ze hun auto in privé aanschaffen of inbrengen in hun onderneming. Welke fiscale gevolgen heeft de keuze tussen aanschaf in privé of inbreng in de onderneming en welke optie is het voordeligst?

Het lijkt heel aantrekkelijk, een auto van de zaak. Maar financieel gezien is het niet altijd de meest gunstige constructie. Park Lane heeft uitgezocht wanneer het aantrekkelijk is om je auto in de zaak in te brengen, en wanneer het niet verstandig is.

Voor de overzichtelijkheid ga ik uit van de aanschaf van een personenauto, en niet van de aanschaf van een bestelwagen omdat daar weer andere regels voor gelden.

Ik beperk me in deze vergelijking tot ondernemers van een eenmanszaak, vennootschap onder firma (VOF) of maatschap en niet in een BV of NV. Bespreek dus de gevolgen voor de inkomstenbelasting en niet voor de vennootschapsbelasting.

Besef wel dat als je eenmaal de keuze hebt gemaakt het niet eenvoudig zal zijn om deze weer terug te draaien. De keuze is dus een van lange termijn. Het heeft namelijk gevolgen voor de manier waarop je de kosten van de auto verwerkt in de winst- en verliesrekening van je onderneming en dus je inkomstenbelasting. Ook heeft de keuze gevolgen voor de omzetbelasting (BTW).

Minder dan 500 km aan privé-ritten

Als je van plan bent om minder dan 500 kilometer per jaar te rijden is de keuze simpel. De belastingdienst ziet de auto dan als een auto van de zaak voor wat betreft de inkomstenbelasting. De bijtelling is niet van toepassing dus is het vanzelfsprekend dat je in dit geval de auto op de zaak zet. Aandachtspunt is wel het bijhouden van een goede rittenadministratie. Want als je minder dan 500 kilometer per jaar privé rijdt moet je dit kunnen aantonen bij de belastingdienst.

Voor de BTW heb je in dit geval de keuze of je de auto tot het privévermogen rekent of niet. Ongeacht welke keuze je hebt gemaakt voor de inkomstenbelasting.

Privé auto zakelijk gebruiken

In de meeste gevallen is gebleken dat het aantrekkelijker is om je auto privé te houden als je veel zakelijke kilometers maakt. Je mag je onderneming voor elke zakelijke kilometer 19 cent in rekening brengen. Hiermee kan je afhankelijk van het aantal zakelijke kilometers de winst van je onderneming flink omlaag brengen en daarmee je belastingdruk.

Bijtelling bij auto van de zaak

Voor nieuwe, zuinige auto’s is het zeer aantrekkelijk om ze onder te brengen in de zaak. Net als bij een leaseauto, betaal je als ondernemer een bijtelling over het privégebruik. Alleen als je kunt aantonen dat je minder dan 500 km prive rijdt, is de bijtelling niet van toepassing.

De fiscus hanteert 4 verschillende tarieven voor de bepaling van de bijtelling, welke afhankelijk zijn van de CO2-uitstoot.

Bijtelling(% van catalogusprijs)CO2-uitstoot diesel (gr/km)CO2-uitstoot overige (gr/km)

0% (t/m 2014)                               nulemmissie                              nulemmissie

14%                                                  niet meer dan 95                       niet meer dan 110

20%                                                  96-116                                         114-140

25%                                                  117 en hoger                               141 en hoger

Daarnaast geldt een bijtellingstarief van 35% van de werkelijke waarde voor auto’s vanaf 15 jaar oud.

Welke kosten zijn aftrekbaar

Naast de bijtelling die je moet betalen heb je ook nog een aantal voordelen. Alle kosten die zijn gemaakt na aanschaf, zoals benzine-, onderhoud- en reparatiekosten, zijn aftrekbaar van de winst. Ook afschrijvingskosten mag je van de winst aftrekken.

Auto van de zaak en afrekbare btw

Als je met je bedrijf btw belaste prestaties verricht, kan je de btw die je betaalde bij aanschaf van de auto aftrekken als voordruk op de verschuldigde btw. Let op bij aanschaf van een tweedehands auto van een particulier is er geen aftrek mogelijk.

Ook als je bedrijf prestaties en/of diensten verricht die zijn vrijgesteld van btw, valt er geen btw af te trekken.

Ondernemers met een zogenaamde gemengde praktijk waarbij een deel van hun werkzaamheden belast is en een deel niet, kunnen de btw naar rato aftrekken.

Corrigeren voor privégebruik de autokostenfictie

Indien je de btw op aanschaf van de auto hebt afgetrokken van de verschuldigde btw zal je dit bedrag moeten corrigeren indien je de auto ook voor privé ritten hebt gebruikt. Dit wordt ook wel de autokostenfictie genoemd. Het bedrag dat je moet corrigeren hangt af van de cataloguswaarde van de auto en de zuinigheid van het vervoersmiddel. In de meeste gevallen zal de correctie bestaan uit 12 procent over 25 procent van de cataloguswaarde. Echter voor zuinige of zeer zuinige auto’s is het percentage lager.

Voor de ondernemer die zijn auto gebruikt voor het werk maar bijvoorbeeld niet over de gehele omzet btw betaald, zal de correctie lager zijn. Is bijvoorbeeld de omzet maar voor 50% belast en de andere helft onbelast, dan bedraagt de correctie slechts 6 procent btw over het vastgestelde percentage van de cataloguswaarde.

Btw op kosten die samenhagen met het gebruik van de auto 

Tijdens het auto rijden maak je allerlei kosten, onderhoud-, gebruiks- en reparatiekosten, die samenhagen met het gebruik. De betaalde btw op deze kosten mag je aftrekken voorzover de auto wordt gebruikt voor belaste activiteiten van de onderneming. Hieronder vallen o.a. parkeergeld, APK-keuringen en de autowasserette.

Kortom ondanks de bijtelling mag je ook allerlei kosten aftrekken. Als de kosten hoger zijn dan de bijtelling, zit het er dik in dat het voordeliger is om de auto in de zaak in te brengen.

Om dit te illusteren heb ik hieronder twee (fictieve ) voorbeelden gemaakt.

Voorbeeld I

Stel, je koopt een nieuwe auto van € 30.000. Na 5 jaar is de restwaarde nog € 13.200, het bedrag van afschrijving bedraagt dan € 3.360 (€ 30.000 – € 13.200 = € 16.800 : 5 = € 3.360). Het betreft een zuinige auto en het gemiddeld verbruik is 1 op 20 met een bijtelling van 14%. Je verwacht dit jaar 10.000 kilometers privé te rijden en 7.500 zakelijke kilometers te maken.

Wat zijn nu de gevolgen voor de winstberekening als je de auto inbrengt in de zaak:

Afschrijving: € 3.360

Vaste lasten: € 1.300

Onderhoud en reparatie: € 850

Brandstof (obv € 1,72 per liter benzine): € 1.505

Totale autokosten: € 7.015

Minus de bijtelling (14 procent van € 30.000): € 4.200

Aftrekbaar van de winst: € 2.815

Indien je de auto niet inbrengt in de zaak, maar tot je privé vermogen rekent, mag je de 7.500 zakelijke kilometers vergoeden tegen € 0,19 per kilometer. In dit voorbeeld mag je dan totaal € 1.425 van je winst aftrekken.

In dit voorbeeld is het dus voordeliger om je auto in te brengen in je eigen onderneming dan de auto tot je  privé vermogen te rekenen.

Voorbeeld II

Stel nu dat de auto minder zuinig is en er geen bijtelling is van 14% maar van 20%. Bovendien verwacht je dat de zakelijke kilometers 50.000 bedragen (de privé kilometers blijven onveranderd, net als de rest van situatie ten opzichte van voorbeeld I).

Wat zijn nu de gevolgen voor de winstberekening als je de auto inbrengt in de zaak:

Afschrijving: € 3.360

Vaste lasten: € 1.300

Onderhoud en reparatie: € 850

Brandstof (obv € 1,72 per liter benzine): € 4.300

Totale autokosten: € 9.810

Minus de bijtelling (20 procent van € 30.000): € 6.000

Aftrekbaar van de winst: € 3.810

Indien je de auto niet inbrengt in de zaak, maar tot je privé vermogen rekent, mag je de 50.000 zakelijke kilometers vergoeden tegen € 0,19 per kilometer. In dit voorbeeld mag je dan totaal € 9.500 van je winst aftrekken.

In dit voorbeeld is het dus voordeliger om de auto tot je privé vermogen te rekenen.

Administratieve last

Zoals uit bovenstaande teks valt op te maken, houdt het onderbrengen van de auto in de onderneming een administratieve last in. Je moet alle aftrekbare kosten nauwkeurig bijhouden en alles op de juiste manier in je boekhouding verwerken.

Om je van dergelijke last te verlossen is het geen overbodig luxe om een belastingadviseur in te schakelen. Hij weet raad met de addertjes onder het gras en kan je precies uitleggen welke kosten aftrekbaar zijn.

Geplaatst in Aangifte inkomstenbelasting, Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Omzetbelasting, ZZP | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

Aangifte inkomstenbelasting 2010 de belangrijkste aandachtspunten

Het is bijna weer zover en 1 april 2011 nadert en dan moet de aangifte inkomstenbelasting 2010 weer ingediend worden. Er is weer een en ander veranderd in de belastingwetgeving. Daarom zet ik even de belangrijkste wijzigingen op een rij.

Vergeet niet uw aangifte op tijd in te dienen.

Iedereen weet inmiddels wel dat de aangifte inkomstenbelasting 2010 vóór 1 april 2011 ingediend moet zijn. Als u te laat bent dan loopt u het risico van een boete van minimaal € 226 en maximaal € 4.920. Je krijgt in eerste instantie een aanmaning en tien werkdagen uitstel om alsnog te aangifte in te dienen. Als je dat niet doet binnen de uitsteltermijn, dan loop je het risico van een boete.

Voorkom een boete, vraag uitstel aan.

 Als je nu al weet dat het niet lukt om voor 1 april de aangifte in te dienen, dan bestaat de mogelijkheid om aan de inspecteur uitstel aan te vragen voor het indienen van de aangifte. Normaal gesproken krijg je dan uistel tot 1 september 2011. Het verzoek voor uistel kan digitaal door het downloaden van het formulier ‘Aanvraag uitstel aangifte inkomstenbelasting 2010′, telefonisch via 0800-0543 of schriftelijk.

Is er een teruggave te verwachten van de Belastingdienst?

Als u voor 1 april de aangifte indient, dan staat het geld dat u van de belastingdienst terugkrijgt in de meeste gevallen vóór 1 juli op uw rekening. De eventuele heffingsrente die de belastingdienst vergoedt gaat in vanaf 1 januari 2011 (de eerste twee kwartalen: 2,5%).

Elektronische aangifte

Nog niet iedereen doet elektronisch aangifte maar deze manier van indiening verdient de voorkeur. U kunt namelijk het aangifteprogramma precies laten uitrekenen wat de voordeligste manier is om inkomsten en aftrekposten tussen fiscale partners te verdelen. Voor de elektronische aangifte heb je een DigiD-code nodig. Deze code kun je opvragen bij www.digid.nl. Laat u aangifte invullen door een belastingadviseur dan kunt u gebruik maken van DigiD machtiging. De machtigingscode op uw aangiftebrief geef je dan aan de degene die je aangifte verzorgt. Hiermee machtig je deze persoon.

Maak gebruik van de aftrek erfbelastingschulden

In principe behoren belastingschulden niet tot de aftrekbare schulden van box 3. Een nog te betalen aanslag erfbelasting mag u echter wel aftrekken van het vermogen in box 3. Dit is sinds 1 januari 2010 mogelijk. 

Reken inkomensbestanddelen toe aan fiscaal partner

Fiscale partners hebben in de aangifte 2010 de keuze om inkomensbestanddelen aan elkaar toe te rekenen.

Wat kan je toerekenen:

.het saldo eigen woning

.uitgaven voor partneralimentatie

.uitgaven voor levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar

.uitgaven voor ziektekosten

.bepaalde extra uitgaven (weekenduitgaven) voor gehandicapten

.scholingsuitgaven

.uitgaven voor monumentenpanden

.giften

.dividenden uit de eigen BV

.verliezen op geldleningen aan startende ondernemers

Verdeel gezamenlijke grondslag in box 3

Heeft u het hele  jaar een fiscale partner? En belastbaar inkomen in box 3? Dan mag u niet langer per bezitting en schuld een verdeling maken een verdeling naar keuze maken en het heffingvrije vermogen aan elkaar overdragen. U moet voortaan uitgaan van de gezamenlijke grondslag voor box 3 (sparen en beleggen). De grondslag is het gemiddelde bedrag van uw bezittingen minus schulden op 1 januari en 31 december, voor zover de uitkomst hiervan meer bedraagt dan het gezamenlijke heffingvrije vermogen (in 2010: € 20.661 per persoon).

Let op bij ziektekosten en giften bij fiscaal partnerschap

Beoordeel of het wel zinvol is om te kiezen voor fiscaal partnerschap. Bij ziektekosten en giften kan fiscaal partnerschap ook nadelig uitpakken. De drempel wordt namelijk bepaald door het gezamenlijk drempelinkomen. Als u niet getrouwd bent of geen geregistreerd partner bent, kunt u in 2010 nog kiezen voor fiscaal partnerschap. Vanaf 2011, bent u verplicht fiscaal partner als u voldoet aan de voorwaarden.

Claim heffingskortingen voor kinderen

Als u kinderen heeft en aan de voorwaarden voldoet, kunt u in uw aangifte alle van toepassing zijnde heffingskortingen die verband houden met kinderen claimen.

Dat zijn:

.de inkomensafhankelijke combinatiekorting

.de ouderschapsverlofkorting

.de alleenstaande –ouderkorting

.de aanvullende alleenstaande-ouderkorting

Benut openstaande persoonsgebonden aftrek

Persoonsgebonden aftrekposten zijn uitgaven voor:

.ziektekosten

.giften

.partneralimentatie

.uitgaven voor levensonderhoud van kinderen

.weekenduitgaven voor gehandicapten

.scholingsuitgaven

Deze uitgaven komen in aftrek in box 1. Indien het inkomen in box 1 te weinig is mag het restant in afrek genomen worden in box 3. Wat dan overblijft, mag doorgeschoven worden naar latere jaren. Dus hebt u over 2009 niet het gehele bedrag aan persoonsgebonden uitgaven in aftrek kunnen nemen, neem dan het restant meer in de aangifte over 2010. Zie hiervoor de aanslag inkomstenbelasting 2009

Schuif persoonsgebonden aftrek door

Vaak is het zo dat het handiger is om persoonsgebonden aftrek door te schuiven naar een jaar waarin u de aftrek beter kunt benutten.

Een voorbeeld hiervan is de betaling van een hoge afkoopsom voor alimentatie. In dat geval mag uw fiscale partner, aan wie u de aftrek toebedeelt, geen eigen inkomen of vermogen hebben. Uw partner moet de aftrek dan doorschuiven naar 2011, aangezien de aftrek niet kan worden benut in de aangifte 2010. Valt u volgend jaar ook nog onder het nieuwe partnerbegrip, dan kan uw partner in de aangifte 2011 eventueel de aftrek aan u toekennen.

Trek specifieke zorgkosten af

Sinds 1 januari 2009 zijn alleen specifieke zorgkosten als ziektekosten aftrekbaar. Deze kosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Ga goed na of u deze aftrekpost kunt benutten. De drempel voor aftrek van ziektekosten is erg laag. Deze bedraagt 1,65% van uw drempelinkomen (dat is het inkomen van box 1, 2 en 3 tezamen) maar minstens € 121. Is er sprake van fiscaal partnerschap dan moet u uitgaan van een drempel van 1,65% van uw gezamenlijke drempelinkomen, met een minimum van € 242. Is uw drempelinkomen meer dan € 38.722, dan bedraagt de drempel voor de aftrek 1,65% x € 38.722 + 5,75% van het inkomen boven €38.722.

Maak gebruik van verhoging aftrek zorgkosten

Als u ouder bent dan 65 jaar en een verzamelinkomen heeft van € 32.738 of lager, mag u het bedrag van de uitgaven voor specifieke zorgkosten verhogen met 77%. In 2009 bedroeg deze verhoging 113%.

Trek onkosten vrijwilligerswerk voor anbi af

Doet u vrijwilligerswerk voor een algemeen nut beogende instelling (anbi) en ontvangt u daarvoor geen onkostenvergoeding, dan mag u het bedrag van de werkelijke onkosten opgeven als aftrekbare gift. Hiervoor zijn wel voorwaarden. De belastingdienst moet de instelling aanmerken als anbi. Verder moet u naar maatschappelijke opvattingen recht hebben op een onkostenvergoeding, maar kan de anbi deze vanwege een slechte financiële positie niet betalen. Als de anbi uw onkosten wel kon vergoeden maar u daarvan afzag, mag u de onkosten alsnog als gift aftrekken.

Blijf onder de aanslaggrens

Als u € 43 of minder belasting moet betalen krijgt u geen aanslag. Door te schuiven met inkomsten en aftrekposten kunt u en uw fiscale partner onder de aanslaggrens blijven. Een aangifteprogramma kan dit voor u uitrekenen.

Vraag middeling aan

Indien uw inkomen in box 1 in 2010 sterk afwijkt van het inkomen in andere jaren, kunt u een middelingverzoek indienen bij de belastingdienst over de jaren 2008, 2009 en 2010. U krijgt dan een teruggaaf van inkomstenbelasting. Deze teruggaaf is gelijk aan het verschil tussen de werkelijke inkomstenbelasting over de box 1 inkomens van de jaren 2008, 2009 en 2010 en de belasting die u had moeten betalen als deze inkomens in al die jaren ongeveer hetzelfde waren. Is dit verschil minder dan € 545, dan krijgt u niks terug. Pas wanneer de aanslag over het meest recente jaar definitief vaststaat, kunt u de middeling aanvragen.

Maak bezwaar tegen te hoge WOZ-waarde

Bent u het niet eens met de WOZ-waarde  van de WOZ beschikking, dan kunt u tegen de hoogte van WOZ-waarde bezwaar maken. Natuurlijk moet de lagere waarde kunnen aantonen. De gemeente mag niet langer een ‘foutmarge’ aanhouden. De Hoge Raad heeft dit in 2010 beslist. Dus ook bij kleine bedragen kan het zinvol zijn om bezwaar te maken.

Let op: voor de aangifte 2010 moet u de WOZ-waarde nemen uit de WOZ-beschikking van 2010. Deze beschikking heeft u begin 2010 ontvangen. De WOZ-beschikking die u dit jaar ontvangt gebruikt u voor de aangifte 2011.

Houd datum van inschrijving GBA aan

Als u een deel van het jaar een eigen woning heeft gehad, dan hoeft u het eigenwoningforfait maar over een deel van dat jaar toe te passen. Met ingang van 2010 is het niet meer relevant wanneer u naar de eigen woning bent verhuisd. Het enige wat telt is het moment waarop u bent ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op het desbetreffende adres.

Kleine hypotheekschuld? Los dit af

Als uw hypotheek zo laag is dat het eigenwoningforfait hoger is dan de betaalde rente, is het misschien verstandiger om deze lening af te lossen. U krijgt dan een aftrek wegens geen of geringe woningschuld die net zo hoog is als het eigenwoningforfait zodat u per saldo niet over uw eigen woning wordt belast.

Twee huizen, twee keer aftrek

Als u gescheiden bent en u laat uw ex-partner in de voormalige eigen woning wonen, terwijl u zelf een nieuwe eigen woning heeft gekocht, heeft u recht op dubbele aftrek. U heeft namelijk recht op hypotheekrente aftrek voor beide woningen. Deze dubbele renteaftrek heeft een looptijd van maximaal 2 jaar en begint te lopen op het moment dat de echtelijke woning niet langer uw hoofdverblijf vormt. Zodra uw ex-partner de echtelijke woning verlaat eindigt de dubbele aftrek. Een soortgelijke regeling voor dubbele hypotheekrenteaftrek geldt ook als een voormalige eigen woning leeg komt te staan omdat u bent verhuisd naar een nieuwe eigen woning.

Trek hypotheekrente na verhuurperiode af

Zodra u tijdelijk uw eigen woning verhuurt, dan verhuist de woning naar box 3. Tot 2010 bleef de woning na de verhuurperiode in box 3. Sinds 1 januari 2010 mag u vanaf het moment dat u deze woning niet meer verhuurt de hypotheekrente van de oude woning echter weer aftrekken. Dit geldt tot maximaal twee jaar na het kalenderjaar waarin u de woning hebt verlaten. U kunt tot en met 31 december 2012 gebruikmaken van deze verruimde regeling.

Maak gebruik van belastingverlaging huurinkomsten

Met ingang van 1 januari 2010 worden de inkomsten uit tijdelijke verhuur van uw eigen woning, bijvoorbeeld tijdens uw vakantie, voor 70% belast. In 2009 was dit nog 75%. U moet wel het eigenwoningforfait berekenen over het hele kalenderjaar.

 

Betaal nu lijfrentepremie en trek deze in 2010 af

U kunt de premies voor de aanvulling van uw pensioentekort over de periode 2003 tot en met 2009 in uw aangifte 2010 in aftrek brengen. Dit geldt echter alleen als de premies vóór 1 april 2011 zijn voldaan. Voor lijfrente premies die zijn betaald om uw stakingswinst en fiscale oudedagsreserve om te zetten in een stamrecht, wordt een verruimde termijn gehanteerd. Deze premies moet u uiterlijk 30 juni 2011 zijn betalen.

Let op oppassen bijafgezonderd particulier vermogen

Van een afgezonderd particulier vermogen (APV) is bijvoorbeeld sprake bij een afgezonderd vermogen in een trust. De Belastingdienst beschouwd een APV als bezit van de persoon (of diens erfgenamen) die dat vermogen heeft afgezonderd. De Belastingdienst kan dit vermogen op verschillende manieren belasten. Stort u spaargeld in een APV, dan wordt de waarde van het APV belast in box 3. Brengt u aanmerkelijk belang aandelen in een APV in, dan moet u deze aangeven in box 2. Deze regeling geldt sinds 1 januari 2010 en is ook van toepassing op APV’s  die op 1 januari 2010 al bestonden. Er is dus geen overgangsmaatregel getroffen.

Maak gebruik van de tbs-vrijstelling

Vanaf het moment dat u een pand of een ander vermogen ter beschikking stelt aan uw eigen B.V. of een partner of kind en die B.V. of partner of kind daarmee winst behaalde, heeft u te maken met de terbeschikkingstellingregeling (tbs regeling). Deze inkomsten zijn belast in box 1.Sinds 1 januari 2010 komt u echter in aanmerking voor de tbs-vrijstelling. Deze vrijstelling komt neer op 12% van het gezamenlijke bedrag van het resultaat van de terbeschikkingstelling. Overigens mag u als terbeschikkingsteller sinds 2010 ook de herinvesteringreserve en kostenegalisatiereserve toepassen.

Geplaatst in Aangifte inkomstenbelasting, Inkomstenbelasting | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties