Nieuwe beleidsstandpunten over bijleenregeling bij eigenwoningregeling

Minister De Jager van Financiën heeft een actualiseringsbesluit uitgebracht over de per 1 januari 2004 ingevoerde bijleenregeling in de eigenwoningregeling. Deze regeling houdt in dat alleen renteaftrek bestaat voor maximaal het bedrag van de aanschafkosten van de nieuwe eigen woning (aankoopprijs plus aankoopkosten) minus de gerealiseerde overwaarde van de vorige eigen woning. Het nieuwe besluit is uitgebracht omdat door nieuwe wetgeving onderdelen zijn vervallen of zijn aangepast. Het besluit bevat ook nieuwe standpunten en enkele redactionele wijzigingen. De nieuwe standpunten betreffen de volgende:

  1. De bijleenregeling vindt ook toepassing bij een (fictieve) verwerving en vervreemding van een eigen woning waarbij de opbrengst niet liquide is. Het betreft dus situaties waarbij de eigenwoningregeling aanvangt of eindigt zonder dat sprake is van een aan- of verkoop. Als voorbeelden van een fictieve vervreemding noemt het besluit de beëindiging van de verhuis-, echtscheidings- of uitzendingregeling of de overdracht van de blote eigendom of vruchtgebruik van de eigen woning.
  2. Het aangaan van een (beperkte) huwelijksgemeenschap of de wijziging van huwelijkse voorwaarden leidt tot een (partiële) boedelmenging die geen gevolgen heeft voor de bijleenregeling. Hetzelfde geldt voor een met een huwelijk gelijkgesteld geregistreerd partnerschap.
  3. Voor de toepassing van de bijleenregeling is van belang welk deel van de eigenwoningschuld in aanmerking wordt genomen. Het moet gaan om een eigenwoningschuld die betrekking heeft op de verkochte woning zelf. Is een deel van de eigenwoningschuld om andere redenen -zoals voor de aanschaf van een auto- aangegaan- dan wordt dit gedeelte van de schuld niet in aanmerking genomen bij de bijleenregeling.
  4. De bijleenregeling geldt in beginsel ook indien de overwaarde niet kan worden gebruikt voor de nieuwe woning. Het besluit bevat nu een goedkeuring voor gedupeerden door het faillissement van een bank die valt onder de Europese toezichtregels. Voor dat geval zegt de minister toe dat afhankelijk van de persoonlijke situatie en na weging van feiten en omstandigheden de bijleenregeling niet toe te passen in situaties waarin het niet is beoogd.
  5. Tot en met 2009 verviel de eigenwoningreserve na vijf jaar. Per 1 januari 2010 vervalt de eigenwoningreserve na drie jaar. Deze termijn geldt ook voor op 1 januari 2010 bestaande eigenwoningreserves waarvoor nog de vijfjaarstermijn gold.

Het onderhavige besluit is op 3 september 2010 in werking getreden en vervangt per die datum het voorafgaande besluit van 20 februari 2007.

Bron: Ministerie van Financiën, 26-8-2010, nr. DGB2010/3057M

Over belastingvragen

Ervaren belastingadviseur
Dit bericht werd geplaatst in Inkomstenbelasting en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s