Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2011 ingediend

Op dinsdag 21 september 2010 heeft het demissionaire kabinet Balkenende IV naast het wetsvoorstel Belastingplan 2011 ook het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen bekendgemaakt. Onderwerpen die in dit wetsvoorstel aan de orde komen, betreffen onder meer:

1. Voorwaarden voor MKB-beleggingen
Bij amendement is vorig jaar in het Belastingplan 2010 een vrijstelling in box 3 ingevoerd voor MKB-beleggingen. Als MKB-beleggingen worden aangemerkt aandelen die zijn verkregen bij een MKB-emissie of zijn verworven van een MKB-fonds. Ter zake van een MKB-emissie worden onder meer voorwaarden gesteld ten aanzien van de notering en de aanwending van het kapitaal. De regeling zal op een nader te bepalen tijdstip in werking treden. De maatregel kon nog niet tot uitvoering komen vanwege mogelijke staatssteunaspecten. De Europese Commissie heeft in juli 2010 een goedkeurend besluit afgegeven over deze faciliteit indien een aantal aanvullende voorwaarden worden opgenomen. Het onderhavige wetsvoorstel bevat de daartoe benodigde wijzigingen.

2. Uitbreiding van de aftrekregeling voor uitgaven voor monumentenpanden
De regeling voor de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden wordt verruimd. Voortaan kunnen ook uitgaven voor een monumentenpand die als eigen woning niet langer duurzaam als hoofdverblijf ter beschikking staat, in bepaalde situaties toch onder de aftrekregeling voor monumentenpanden vallen. Het gaat hierbij om de eigen woning die in de verkoop staat, de leegstaande woning die is bestemd om als hoofdverblijf te gaan dienen, de woning die in het kader van een echtscheiding nog kwalificeert als eigen woning, de eigen woning die wordt aangehouden tijdens een verblijf in een AWBZ-instelling en de eigen woning die wordt aangehouden gedurende een tijdelijk verblijf elders.

3. Gelijkstelling heffingstijdvak buitenlandse belastingplichtigen
Het heffingstijdvak voor buitenlandse belastingplichtigen verschilt in de huidige regeling in de Wet op de vennootschapsbelasting van dat voor binnenlandse belastingplichtigen. Ten aanzien van binnenlandse belastingplichtigen geldt dat het belastingjaar (heffingstijdvak) gelijk is aan het boekjaar van de vennootschap. Voor buitenlandse belastingplichtigen geldt de kalenderjaarbenadering van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het heffingstijdvak voor buitenlandse belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting met een gebroken boekjaar (dat wil zeggen: een niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar) wordt met het oog op de uitvoering gelijkgesteld aan het heffingstijdvak dat geldt voor binnenlandse belastingplichtigen. De voorgestelde wijzigingen vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2012.

4. Verruiming innovatiebox
De verruiming ziet op de situatie dat een octrooi in een later jaar wordt verleend dan het jaar waarin het octrooi is aangevraagd. Voordelen uit hoofde van een activum behaald na aanvraag van het octrooi tot en met het jaar voorafgaande aan het jaar van verlenen van het octrooi kunnen voortaan in mindering worden gebracht op de voortbrengingskosten. Hierdoor kunnen in beginsel alle voordelen uit hoofde van een octrooi-activum voor de innovatiebox in aanmerking komen. De verruiming treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

5. Modernisering dividendnota
De verplichting tot uitreiking van een gedagtekende dividendnota geldt in beginsel alleen voor de gevallen waarin op een dividenduitkering daadwerkelijk dividendbelasting wordt ingehouden. Uitreiking is bijvoorbeeld niet meer noodzakelijk bij een dividenduitkering aan een directeur-grootaandeelhouder en bij een dividenduitkering waarbij vanwege een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting inhouding achterwege blijft. Op basis van een verdere versoepeling kan een dividendnota voortaan ook elektronisch worden verstrekt. De wijzi gingen zijn deels een codificatie van eerder beleid.

6. Partnerbegrip
Met ingang van 1 januari 2011 geldt een uniform- of basispartnerbegrip voor alle belastingwetten. Als uitgangspunt geldt dat gehuwden, geregistreerd partners en ongehuwd samenwonenden met een notariële samenlevingsovereenkomst automatisch fiscaal partner zijn en dat voor anderen de keuzemogelijkheid in beginsel vervalt. Voorgesteld wordt nu om de voorwaarde dat ongehuwd samenwonenden moeten staan ingeschreven op hetzelfde adres te laten vervallen wanneer een gezamenlijke inschrijving niet mogelijk is door opname in een verpleeg- of verzorgingshuis. De wijziging zal gelden voor de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Successiewet en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Voor de Successiewet is daarnaast aanvullend bepaald dat met ingang van 1 januari 2011 ongehuwd samenwonenden als partners worden aangemerkt als zij langer dan vijf jaar op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, ongeacht of zij een notarieel samenlevingscontract zijn aangegaan. In afwijking van het algemene partnerbegrip kan voor de Successiewet niet worden gekozen voor de kwalificatie van partner voor het gehele jaar indien slechts een deel van het jaar sprake is van fiscaal partnerschap. Het partnerschap van gehuwden eindigt voor die wet daarnaast pas als de scheiding door de rechter is uitgesproken en deze uitspraak is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

7. Nieuwe btw-regels reisorganisaties
Per 1 april 2012 zal een nieuwe regeling in werking treden die aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de btw-positie van in Nederland gevestigde organisaties die actief zijn in de reisbranche. Omdat de Nederlandse regeling voor reisbureaus niet in overeenstemming is met de Europese btw-richtlijn, heeft het ministerie van Financiën onder druk van de Europese Commissie een nieuwe regeling ontworpen, waarbij enerzijds btw is verschuldigd over de behaalde marge en anderzijds geen recht bestaat op aftrek van Nederlandse btw voor kosten die zien op de activiteiten als reisbureau. Daarmee bestaat een groot verschil tussen de nieuwe en de huidige regeling. De nieuwe regeling is gebaseerd op een systeem van globalisatie, waarbij een marge (verschil tussen inkoopprijs en verkoopprijs) waarover btw is verschuldigd per aangiftetijdvak of per reis wordt vastgesteld. Daarnaast biedt een globalisatiesysteem de mogelijkheid negatieve marges te verrekenen met de marge van toekomstige tijdvakken.

8. Fiscaal vertegenwoordiger buitenlandse verzekeraar
Vanaf 1 januari 2011 kan een buitenlandse verzekeraar kiezen of deze de verschuldigde assurantiebelasting zelf aangeeft en afdraagt of dat deze hiervoor een fiscaal vertegenwoordiger aanstelt.

Bron: Ministerie van Financiën, 21-9-2010, 32500.

Over belastingvragen

Ervaren belastingadviseur
Dit bericht werd geplaatst in Inkomstenbelasting, Omzetbelasting, Vennootschapsbelasting en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s