Wijzigingen in wetsvoorstellen Belastingplan 2011 en Overige fiscale maatregelen 2011

Het nieuwe kabinet heeft bij de wetsvoorstellen Belastingplan 2011 en Overige fiscale maatregelen 2011 nota’s van wijzigingen ingediend.

Wetsvoorstel Belastingplan 2011

De belangrijkste wijzigingen betreffen de volgende:

1.   Tariefsverlaging vennootschapsbelasting en geruisloze terugkeer uit bv
De structurele tariefsverlaging voor de vennootschapsbelasting heeft gevolgen voor de regeling voor een geruisloze terugkeer uit de BV. Deze regeling houdt kort gezegd in dat indien een BV wordt geliquideerd en de onderneming van die BV als IB-onderneming door de aandeelhouders van die BV wordt voortgezet, de stakingswinst niet in de vennootschapsbelasting wordt betrokken en de aandeelhouders niet in de inkomstenbelasting worden betrokken voor een eventueel vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang. Daar staat tegenover dat er in de winstsfeer in de inkomstenbelasting een terugkeerreserve wordt gevormd. Dit vergt herrekening van een vennootschapsbelastingclaim en aanmerkelijkbelang-claim naar een box 1 inkomstenbelastingclaim. Nu het MKB-tarief voor de vennootschapsbelasting structureel 20% wordt voor de eerste € 200.000, geldt dit percentage als uitgangspunt voor de geruisloze terugkeerregeling. Deze wijziging leidt tot aanpassing van tariefspercentages en verhoudingsgetallen in enkele wetsbepalingen.

2.   Handel in lege vennootschappen
De formele vaststelling en verrekening van een verlies over een deel van een boekjaar bij beschikking blijkt automatiseringtechnisch aanzienlijke uitvoeringsproblemen met zich mee te brengen. Daarom wordt nu een verlies over een deel van het boekjaar waarin de belangwijziging plaatsvindt rechtstreeks toegerekend aan het voorafgaande of het volgende boekjaar. Deze toerekening gevolgd door een vermindering van een aanslag leidt niet tot vergoeding van heffingsrente. Een formele terugwenteling van een verlies leidt namelijk ook niet tot vergoeding van heffingsrente. Als er geen voorafgaand boekjaar is -bijvoorbeeld omdat de vennootschap kort daarvoor is opgericht, wordt het verlies niet in aanmerking genomen. Hetzelfde kan zich voordoen als spoedig na de belangwijziging de belastingplicht eindigt en er daardoor geen volgend boekjaar meer volgt.

3.   Btw-tariefwijziging voor renovatie en herstel van woningen
Wat betreft de btw-tariefwijziging voor renovatie en herstel van woningen is nu verduidelijkt dat het tijdstip waarop het belastbare feit zich voordoet, bepalend is voor de vraag welk tarief van toepassing is.

Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2011

De belangrijkste wijzigingen betreffen de volgende:

1.   Aanpassing middelingregeling
Op dit moment kunnen alleen binnenlandse belastingplichtigen en buitenlandse belastingplichtigen die voor alle jaren van het middelingtijdvak hebben gekozen voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige een verzoek indienen voor middeling.
Hof Den Bosch heeft in een uitspraak 18 juni 2010 beslist dat ook buitenlandse belastingplichtigen die hun wereldinkomen geheel of nagenoeg geheel in Nederland verdienen, maar niet (voor alle jaren) hebben gekozen voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige recht hebben op toepassing van de middelingregeling. Het hof baseerde zich daarbij op rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU. De staatssecretaris voorzag geen andere uitkomst bij beroep in cassatie bij de Hoge Raad en heeft daarop besloten o m de wet aan te passen. De wijziging houdt in dat buitenlandse belastingplichtigen van wie het wereldinkomen geheel of nagenoeg geheel (ten minste 90%) is onderworpen aan de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting voor de toepassing van de middelingregeling als binnenlandse belastingplichtigen worden beschouwd. Zij kunnen dan -als ook is voldaan aan de overige voorwaarden- in aanmerking komen voor de middelingregeling. Daarbij is vereist dat in alle jaren van het middelingtijdvak waarin zij niet hebben gekozen voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige ten minste 90% van het wereldinkomen in Nederland aan de loon- of inkomstenbelasting is onderworpen.

2.   Premiepensioeninstelling
Een zogeheten premiepensioeninstelling kan voor de loonbelasting optreden als een toegelaten pensioenaanbieder.

3.   Overgangsrecht bij de verruiming van de innovatiebox
Voor de vennootschapsbepaling geldt wat betreft het overgangsrecht bij de verruiming van de innovatiebox, dat op het gebroken boekjaar 2010/2011 het overgangsrecht van toepassing is.

Bron: Ministerie van Financiën, 25-10-2010, nrs. AFP/2010/517 en AFP/2010/518.

 

Over belastingvragen

Ervaren belastingadviseur
Dit bericht werd geplaatst in Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Omzetbelasting, Vennootschapsbelasting, ZZP en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s