Belastingwijzigingen 2011 per 21 december 2010 voor bedrijven en ondernemers

De wetsvoorstellen “Belastingplan 2011” en “Overige fiscale maatregelen 2011”zijn op 21 december 2010 aangenomen door de Eerste kamer. Onderstaand ga ik in op de verschillende wijzigingen in de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en loonbelasting voor bedrijven en ondernemers.

I Inkomstenbelasting

Zelfstandigenaftrek

Voor niet starters kan de zelfstandigen aftrek niet meer verrekend worden met ander box 1 inkomen zoals inkomsten uit arbeid. Eventuele ( deel van) zelfstandigenaftrek  dat niet kan worden verrekend, kan maximaal negen jaar vooruitgewenteld worden om in een toekomstig jaar alsnog te verrekenen met winst. Voor starters geld dit niet. Startende ondernemers kunnen de zelfstandigenaftrek (inclusief de startersaftrek) gedurende drie jaar dus nog wel verrekenen met ander box 1 inkomen. Daarnaast blijft voor starters ten aanzien van de zelfstandigenaftrek de reguliere verrekening over de jaren heen gelden.

Tijdelijke willekeurige afschrijving
De tijdelijke regeling voor versnelde afschrijving op investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen wordt met een jaar verlengd. Dit betekent dat bedrijven en ondernemers die investeringen doen in het kalenderjaar 2011 deze in twee jaar kunnen afschrijven waarbij in het investeringsjaar ten hoogste 50% willekeurig mag worden afgeschreven. Deze regeling geldt niet voor alle investeringen in bedrijfsmiddelen.

II Vennootschapsbelasting
In de vennootschapsbelastingen vinden enkele inhoudelijke wijzigingen plaats in een aantal regelingen.

Tijdelijke willekeurige afschrijving
De veranderingen zijn dezelfde zoals omschreven bij de inkomstenbelasting.

Verruiming innovatiebox
De innovatiebox wordt verder verruimd. Innovatievoordelen behaald tussen de aanvraag van een octrooi en het verlenen van een octrooi kunnen voortaan in de box worden betrokken. Voorheen was dit niet mogelijk. Hiermee wordt voorkomen dat de duur van de octrooiaanvraagprocedure van invloed is op de aan de innovatiebox toe te rekenen voordelen. In principe is het nu mogelijk om alle innovatievoordelen in aanmerking te laten komen voor de innovatiebox.

Verruiming verliesverrekening
De tijdelijke verruiming van de achterwaartse verliesverrekening wordt met een jaar verlengd. Dit houdt in dat de bestaande mogelijkheid tot terugwenteling van verliezen van één jaar op verzoek wordt verlengd tot drie jaar. In ruil hiervoor wordt dan de huidige voorwaartse verliesverrekening van negen jaar ingekort tot zes jaar. Deze maatregel gold al voor de belastingjaren 2009 en 2010.

Dividendnota
De dividendnota kan sinds maart 2010 ook elektronisch worden verstrekt. De elektronisch verstrekte dividendnota moet dezelfde gegevens bevatten als de papieren versie. Het verstrekken van een dividendnota aan een aanmerkelijkbelanghouder is niet langer noodzakelijk. Hetzelfde geldt in de situaties dat inhouding van dividendbelasting achterwege kan blijven, bijvoorbeeld omdat de deelnemingsvrijstelling van toepassing is of sprake is van een fiscale eenheid.

Reparatie constructies winstvennootschappen
De antimisbruikbepalingen in de vennootschapsbelasting tegen de handel in lege vennootschappen wordt uitgebreid met de verrekening van winst en verlies binnen hetzelfde jaar.

III Loonbelasting

Werkkostenregeling
Per 1 januari wordt een nieuwe regeling ingevoerd: de werkkostenregeling (WKR). Door deze regeling kan, naast een aantal gerichte vrijstellingen, maximaal 1,4% van het totale fiscale loon (de ‘vrije ruimte’) worden besteed aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor werknemers. Over het bedrag boven de vrije ruimte (en afgezien van de gerichte vrijstellingen) moet de werkgever loonbelasting betalen in de vorm van een (gebruteerde) ein dheffing van 80%.

De werkkostenregeling komt in de plaats van de huidige regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Het is nog niet verplicht gebruik te maken van de werkkostenregeling. Tot en met 2013 mag ieder jaar gekozen worden voor de werkkostenregeling of voor de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Na 2013 geldt de werkkostenregeling voor alle werkgevers.

Gerichte vrijstellingen en nihil waarderingen
Bepaalde vergoedingen en verstrekkingen kunnen onbelast worden vergoed en verstrekt zonder dat dit ten koste gaat van de vrije ruimte. Dit is het geval bij:

Gerichte vrijstellingen
De werkkostenregeling kent gerichte vrijstellingen voor de volgende vergoedingen en verstrekkingen:
• vervoer en reiskosten: abonnementen voor reizen met openbaar vervoer;  kostenvergoedingen voor zakelijke reizen en woon-werkverkeer met openbaar vervoer of eigen vervoer van maximaal € 0,19 per kilometer, ook voor de fiets, elektrische fiets, of scooter; losse kaartjes voor zakelijke reizen met openbaar vervoer;
• kosten van tijdelijk verblijf in het kader van de dienstbetrekking;
• maaltijden als gevolg van overwerk, koopavonden, dienstreizen en dergelijke;
• bijscholing, cursussen, congressen, vakliteratuur, training en dergelijke, voor zover ze van belang zijn voor het werk van de werknemer (inclusief kosten van inschrijving in een beroepsregister);
• outplacement;
• studie- en opleidingskosten;
• procedures tot erkenning van verworven competenties (EVC-procedures);
• verhuiskosten;
• extraterritoriale kosten.

Loon in natura met een nihilwaardering
Voor de volgende soorten loon in natura geldt een nihilwaardering:
• voorzieningen op de werkplek zoals bedrijfsfitness, gereedschappen, de vaste computer, het kopieerapparaat en de vaste telefoon;
• arbovoorzieningen;
• consumpties op de werkplek die geen deel uitmaken van een maaltijd;
• ter beschikking gestelde kleding die (bijna) uitsluitend geschikt is om tijdens het werk te dragen, zoals uniformen en overalls, werkkleding die op het werk achterblijft en ter beschikking gestelde werkkleding met een logo van ten minste 70cm2 per kledingstuk;
• de renteloze personeelslening als uw werknemer daarmee een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter koopt (ook binnen cafetariaregelingen);
• de kosten en het rentevoordeel van een personeelslening voor de eigen woning van uw werknemer als deze zonder deze nihil waardering aftrekbaar zouden zijn in de inkomstenbelasting;
• ter beschikking gestelde mobiele telefoon, blackberry of smartphone als het zakelijke gebruik meer dan 10% is
• ter beschikking gestelde hulpmiddelen, waaronder computers en dergelijke apparatuur, gereedschappen en toebehoren, die de werknemer ook ergens anders dan op de werkplek kan gebruiken, als het zakelijke gebruik 90% of meer is;
• ov-jaarkaart en voordeelurenkaart als uw werknemer deze kaart ook voor het werk gebruikt;
• niet-permanente huisvesting op de werkplek, waarbij het redelijkerwijs niet mogelijk is niet op de werkplek te overnachten, bijvoorbeeld aan boord van zeeschepen, of bij parate diensten in een brandweerkazerne.

Loon in natura zonder nihil waardering
• Voor maaltijden op de werkplek geldt als normbedrag € 2,90;
• Voor huisvesting en inwoning op de werkplek (inclusief energie, water en bewassing) geldt een normbedrag van € 5 per dag. Een dergelijke waardering geldt overigens niet als de werknemer voor zijn werk zich redelijkerwijs niet aan deze voorziening kan onttrekken.

Privégebruik auto van de zaak
Als het privégebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto meer bedraagt dan 500 kilometer per jaar, volgt een bijtelling op het loon. Voor ondernemers geldt een vergelijkbare regeling waarbij voor het privégebruik van de auto van de zaak een onttrekking (winstuitdeling) wordt aangenomen. Gemakshalve spreken we hierna van een bijtelling.
De vier tarieven voor de (minimum)bijtelling van de auto van de zaak blijven ongewijzigd staan op:
– 0% voor auto’s zonder CO2-uitstoot (bijvoorbeeld elektrische auto’s). Deze bijtelling geldt tot en met 2014.
– 14% voor zeer zuinige auto’ s met een CO2-uitstoot van maximaal 95 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt óf 110 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt;
– 20% voor zuinige auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 95 en maximaal 116 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt óf 110 en maximaal 140 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt;
– 25% voor alle andere auto’s.

De bijtelling voor auto’s van de zaak die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, bedraagt ten minste 35% van de waarde van de auto in het economische verkeer. Bij deze oude auto’s is de catalogusprijs dus niet van belang. Bij excessief privégebruik kan het zijn dat u moet uitgaan van een hogere werkelijke waarde. Is het privégebruik 500 kilometer of minder en de werknemer kan dat bewijzen, dan kan bijtelling achterwege blijven. Voor bestelauto’s geldt nog het volgende:
– Er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als de werknemer de bestelauto niet kan gebruiken buiten werktijd, bijvoorbeeld omdat de werknemer de bestelauto plaatst op een afgesloten bedrijfsterrein. De werkgever kan ook een schriftelijk verbod op privégebruik opleggen aan de werknemer. Hierbij is vereist dat hij controle uitoefent op de naleving van het verbod en een passende sanctie oplegt als het verbod wordt overtreden.

Over belastingvragen

Ervaren belastingadviseur
Dit bericht werd geplaatst in Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Vennootschapsbelasting en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Belastingwijzigingen 2011 per 21 december 2010 voor bedrijven en ondernemers

  1. Pingback: Tweets that mention Belastingwijzigingen 2011 per 21 december 2011 voor bedrijven en ondernemers | Belastingvragen -- Topsy.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s