Criteria voor partnerschap erf- en schenkbelasting niet te strikt uitleggen

In het kort

Met ingang van 1 januari 2010 is het partnerbegrip in de Successiewet gewijzigd. Indien deze criteria erg strikt wordt toegepast kan het ertoe leiden dat onder omstandigheden twee samenwoners die wel voldoen aan de daarvoor geldende criteria toch niet
kwalificeren als partner indien er een derde persoon op hetzelfde woonadres staat
ingeschreven. Je kan hierbij denken aan onder meer familiesamenwoners (meer dan twee in het ouderlijk huis wonende broers en zusters) en meerrelaties die al vijf jaar op
hetzelfde woonadres zijn ingeschreven. In die gevallen zouden de voordelen van hoge
vrijstelling en lage tarieven voor partners niet van toepassing kunnen zijn
vanwege die derde persoon. De Tweede Kamer heeft hier vragen over gesteld en Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft hier op geantwoord dat hij dit gevolg ongewenst acht en heeft aangegeven dat als twee personen een notarieel samenlevingscontract hebben afgesloten, dat dit de doorslag moet geven. Hij kondigt een beleidsbesluit aan waarin hij zal goedkeuren dat in een dergelijk geval de personen met een notarieel samenlevingscontract elkaars partners zijn. De ander die bij hen
inwoont blijft dan buiten aanmerking bij de beoordeling van het partnerschap
van de notarieel samenwoners. De goedkeuring geldt ook voor het tot 1 januari
2012 geldende overgangsrecht voor het samenlevingscontract.

Volledig artikel

Met ingang van 1 januari 2010 is het partnerbegrip in de
Successiewet gewijzigd en gelden de volgende criteria.

1. Gehuwden en daarmee gelijkgestelde geregistreerde partners (gescheiden van
tafel en bed wordt als ongehuwd beschouwd);
2. Ongehuwden, indien wordt voldaan aan alle vijf voorwaarden:
a) beiden meerderjarig;
b) op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de gemeentelijke
basisadministratie;
c) wederzijdse zorgverplichting aangegaan bij notariële akte (tenzij al vijf
jaar samenwonen);
d) geen bloedverwant in de rechte lijn (tenzij een van de partners
‘mantelzorger’ is);
e) geen meerrelaties.

Een erg strikte toepassing van deze criteria kan ertoe leiden dat onder
omstandigheden twee samenwoners die wel aan de daarvoor geldende criteria
voldoen, toch niet kwalificeren als partner omdat een derde persoon op
hetzelfde woonadres staat ingeschreven. Het betreft onder meer
familiesamenwoners (meer dan twee in het ouderlijk huis wonende broers en
zusters) en meerrelaties die al vijf jaar op hetzelfde woonadres zijn
ingeschreven. In dat geval zouden de hoge vrijstelling en lage tarieven voor
partners niet van toepassing kunnen zijn vanwege die derde persoon.

Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft op Tweede Kamervragen geantwoord
dat hij dit gevolg ongewenst acht en heeft aangegeven dat als twee personen een
notarieel samenlevingscontract hebben afgesloten, dat de doorslag moet geven.
Hij kondigt een beleidsbesluit aan waarin hij zal goedkeuren dat in een
dergelijk geval de personen met een notarieel samenlevingscontract elkaars
partners zijn. De ander die bij hen inwoont blijft dan buiten aanmerking bij de
beoordeling van het partnerschap van de notarieel samenwoners. De goedkeuring
geldt ook voor het tot 1 januari 2012 geldende overgangsrecht voor het
samenlevingscontract.

Bron: Ministerie van Financiën, 6-6-2011, nr. DB/2011/138U.

Geplaatst in Aangifte inkomstenbelasting, Erf- en schenkbelasting, Inkomstenbelasting, Successie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Auto wel of niet in de eigen onderneming?

Ondernemers , zzp’ers en leden van een maatschap hebben de keuze of ze hun auto in privé aanschaffen of inbrengen in hun onderneming. Welke fiscale gevolgen heeft de keuze tussen aanschaf in privé of inbreng in de onderneming en welke optie is het voordeligst?

Het lijkt heel aantrekkelijk, een auto van de zaak. Maar financieel gezien is het niet altijd de meest gunstige constructie. Park Lane heeft uitgezocht wanneer het aantrekkelijk is om je auto in de zaak in te brengen, en wanneer het niet verstandig is.

Voor de overzichtelijkheid ga ik uit van de aanschaf van een personenauto, en niet van de aanschaf van een bestelwagen omdat daar weer andere regels voor gelden.

Ik beperk me in deze vergelijking tot ondernemers van een eenmanszaak, vennootschap onder firma (VOF) of maatschap en niet in een BV of NV. Bespreek dus de gevolgen voor de inkomstenbelasting en niet voor de vennootschapsbelasting.

Besef wel dat als je eenmaal de keuze hebt gemaakt het niet eenvoudig zal zijn om deze weer terug te draaien. De keuze is dus een van lange termijn. Het heeft namelijk gevolgen voor de manier waarop je de kosten van de auto verwerkt in de winst- en verliesrekening van je onderneming en dus je inkomstenbelasting. Ook heeft de keuze gevolgen voor de omzetbelasting (BTW).

Minder dan 500 km aan privé-ritten

Als je van plan bent om minder dan 500 kilometer per jaar te rijden is de keuze simpel. De belastingdienst ziet de auto dan als een auto van de zaak voor wat betreft de inkomstenbelasting. De bijtelling is niet van toepassing dus is het vanzelfsprekend dat je in dit geval de auto op de zaak zet. Aandachtspunt is wel het bijhouden van een goede rittenadministratie. Want als je minder dan 500 kilometer per jaar privé rijdt moet je dit kunnen aantonen bij de belastingdienst.

Voor de BTW heb je in dit geval de keuze of je de auto tot het privévermogen rekent of niet. Ongeacht welke keuze je hebt gemaakt voor de inkomstenbelasting.

Privé auto zakelijk gebruiken

In de meeste gevallen is gebleken dat het aantrekkelijker is om je auto privé te houden als je veel zakelijke kilometers maakt. Je mag je onderneming voor elke zakelijke kilometer 19 cent in rekening brengen. Hiermee kan je afhankelijk van het aantal zakelijke kilometers de winst van je onderneming flink omlaag brengen en daarmee je belastingdruk.

Bijtelling bij auto van de zaak

Voor nieuwe, zuinige auto’s is het zeer aantrekkelijk om ze onder te brengen in de zaak. Net als bij een leaseauto, betaal je als ondernemer een bijtelling over het privégebruik. Alleen als je kunt aantonen dat je minder dan 500 km prive rijdt, is de bijtelling niet van toepassing.

De fiscus hanteert 4 verschillende tarieven voor de bepaling van de bijtelling, welke afhankelijk zijn van de CO2-uitstoot.

Bijtelling(% van catalogusprijs)CO2-uitstoot diesel (gr/km)CO2-uitstoot overige (gr/km)

0% (t/m 2014)                               nulemmissie                              nulemmissie

14%                                                  niet meer dan 95                       niet meer dan 110

20%                                                  96-116                                         114-140

25%                                                  117 en hoger                               141 en hoger

Daarnaast geldt een bijtellingstarief van 35% van de werkelijke waarde voor auto’s vanaf 15 jaar oud.

Welke kosten zijn aftrekbaar

Naast de bijtelling die je moet betalen heb je ook nog een aantal voordelen. Alle kosten die zijn gemaakt na aanschaf, zoals benzine-, onderhoud- en reparatiekosten, zijn aftrekbaar van de winst. Ook afschrijvingskosten mag je van de winst aftrekken.

Auto van de zaak en afrekbare btw

Als je met je bedrijf btw belaste prestaties verricht, kan je de btw die je betaalde bij aanschaf van de auto aftrekken als voordruk op de verschuldigde btw. Let op bij aanschaf van een tweedehands auto van een particulier is er geen aftrek mogelijk.

Ook als je bedrijf prestaties en/of diensten verricht die zijn vrijgesteld van btw, valt er geen btw af te trekken.

Ondernemers met een zogenaamde gemengde praktijk waarbij een deel van hun werkzaamheden belast is en een deel niet, kunnen de btw naar rato aftrekken.

Corrigeren voor privégebruik de autokostenfictie

Indien je de btw op aanschaf van de auto hebt afgetrokken van de verschuldigde btw zal je dit bedrag moeten corrigeren indien je de auto ook voor privé ritten hebt gebruikt. Dit wordt ook wel de autokostenfictie genoemd. Het bedrag dat je moet corrigeren hangt af van de cataloguswaarde van de auto en de zuinigheid van het vervoersmiddel. In de meeste gevallen zal de correctie bestaan uit 12 procent over 25 procent van de cataloguswaarde. Echter voor zuinige of zeer zuinige auto’s is het percentage lager.

Voor de ondernemer die zijn auto gebruikt voor het werk maar bijvoorbeeld niet over de gehele omzet btw betaald, zal de correctie lager zijn. Is bijvoorbeeld de omzet maar voor 50% belast en de andere helft onbelast, dan bedraagt de correctie slechts 6 procent btw over het vastgestelde percentage van de cataloguswaarde.

Btw op kosten die samenhagen met het gebruik van de auto 

Tijdens het auto rijden maak je allerlei kosten, onderhoud-, gebruiks- en reparatiekosten, die samenhagen met het gebruik. De betaalde btw op deze kosten mag je aftrekken voorzover de auto wordt gebruikt voor belaste activiteiten van de onderneming. Hieronder vallen o.a. parkeergeld, APK-keuringen en de autowasserette.

Kortom ondanks de bijtelling mag je ook allerlei kosten aftrekken. Als de kosten hoger zijn dan de bijtelling, zit het er dik in dat het voordeliger is om de auto in de zaak in te brengen.

Om dit te illusteren heb ik hieronder twee (fictieve ) voorbeelden gemaakt.

Voorbeeld I

Stel, je koopt een nieuwe auto van € 30.000. Na 5 jaar is de restwaarde nog € 13.200, het bedrag van afschrijving bedraagt dan € 3.360 (€ 30.000 – € 13.200 = € 16.800 : 5 = € 3.360). Het betreft een zuinige auto en het gemiddeld verbruik is 1 op 20 met een bijtelling van 14%. Je verwacht dit jaar 10.000 kilometers privé te rijden en 7.500 zakelijke kilometers te maken.

Wat zijn nu de gevolgen voor de winstberekening als je de auto inbrengt in de zaak:

Afschrijving: € 3.360

Vaste lasten: € 1.300

Onderhoud en reparatie: € 850

Brandstof (obv € 1,72 per liter benzine): € 1.505

Totale autokosten: € 7.015

Minus de bijtelling (14 procent van € 30.000): € 4.200

Aftrekbaar van de winst: € 2.815

Indien je de auto niet inbrengt in de zaak, maar tot je privé vermogen rekent, mag je de 7.500 zakelijke kilometers vergoeden tegen € 0,19 per kilometer. In dit voorbeeld mag je dan totaal € 1.425 van je winst aftrekken.

In dit voorbeeld is het dus voordeliger om je auto in te brengen in je eigen onderneming dan de auto tot je  privé vermogen te rekenen.

Voorbeeld II

Stel nu dat de auto minder zuinig is en er geen bijtelling is van 14% maar van 20%. Bovendien verwacht je dat de zakelijke kilometers 50.000 bedragen (de privé kilometers blijven onveranderd, net als de rest van situatie ten opzichte van voorbeeld I).

Wat zijn nu de gevolgen voor de winstberekening als je de auto inbrengt in de zaak:

Afschrijving: € 3.360

Vaste lasten: € 1.300

Onderhoud en reparatie: € 850

Brandstof (obv € 1,72 per liter benzine): € 4.300

Totale autokosten: € 9.810

Minus de bijtelling (20 procent van € 30.000): € 6.000

Aftrekbaar van de winst: € 3.810

Indien je de auto niet inbrengt in de zaak, maar tot je privé vermogen rekent, mag je de 50.000 zakelijke kilometers vergoeden tegen € 0,19 per kilometer. In dit voorbeeld mag je dan totaal € 9.500 van je winst aftrekken.

In dit voorbeeld is het dus voordeliger om de auto tot je privé vermogen te rekenen.

Administratieve last

Zoals uit bovenstaande teks valt op te maken, houdt het onderbrengen van de auto in de onderneming een administratieve last in. Je moet alle aftrekbare kosten nauwkeurig bijhouden en alles op de juiste manier in je boekhouding verwerken.

Om je van dergelijke last te verlossen is het geen overbodig luxe om een belastingadviseur in te schakelen. Hij weet raad met de addertjes onder het gras en kan je precies uitleggen welke kosten aftrekbaar zijn.

Geplaatst in Aangifte inkomstenbelasting, Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Omzetbelasting, ZZP | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

Aangifte inkomstenbelasting 2010 de belangrijkste aandachtspunten

Het is bijna weer zover en 1 april 2011 nadert en dan moet de aangifte inkomstenbelasting 2010 weer ingediend worden. Er is weer een en ander veranderd in de belastingwetgeving. Daarom zet ik even de belangrijkste wijzigingen op een rij.

Vergeet niet uw aangifte op tijd in te dienen.

Iedereen weet inmiddels wel dat de aangifte inkomstenbelasting 2010 vóór 1 april 2011 ingediend moet zijn. Als u te laat bent dan loopt u het risico van een boete van minimaal € 226 en maximaal € 4.920. Je krijgt in eerste instantie een aanmaning en tien werkdagen uitstel om alsnog te aangifte in te dienen. Als je dat niet doet binnen de uitsteltermijn, dan loop je het risico van een boete.

Voorkom een boete, vraag uitstel aan.

 Als je nu al weet dat het niet lukt om voor 1 april de aangifte in te dienen, dan bestaat de mogelijkheid om aan de inspecteur uitstel aan te vragen voor het indienen van de aangifte. Normaal gesproken krijg je dan uistel tot 1 september 2011. Het verzoek voor uistel kan digitaal door het downloaden van het formulier ‘Aanvraag uitstel aangifte inkomstenbelasting 2010’, telefonisch via 0800-0543 of schriftelijk.

Is er een teruggave te verwachten van de Belastingdienst?

Als u voor 1 april de aangifte indient, dan staat het geld dat u van de belastingdienst terugkrijgt in de meeste gevallen vóór 1 juli op uw rekening. De eventuele heffingsrente die de belastingdienst vergoedt gaat in vanaf 1 januari 2011 (de eerste twee kwartalen: 2,5%).

Elektronische aangifte

Nog niet iedereen doet elektronisch aangifte maar deze manier van indiening verdient de voorkeur. U kunt namelijk het aangifteprogramma precies laten uitrekenen wat de voordeligste manier is om inkomsten en aftrekposten tussen fiscale partners te verdelen. Voor de elektronische aangifte heb je een DigiD-code nodig. Deze code kun je opvragen bij www.digid.nl. Laat u aangifte invullen door een belastingadviseur dan kunt u gebruik maken van DigiD machtiging. De machtigingscode op uw aangiftebrief geef je dan aan de degene die je aangifte verzorgt. Hiermee machtig je deze persoon.

Maak gebruik van de aftrek erfbelastingschulden

In principe behoren belastingschulden niet tot de aftrekbare schulden van box 3. Een nog te betalen aanslag erfbelasting mag u echter wel aftrekken van het vermogen in box 3. Dit is sinds 1 januari 2010 mogelijk. 

Reken inkomensbestanddelen toe aan fiscaal partner

Fiscale partners hebben in de aangifte 2010 de keuze om inkomensbestanddelen aan elkaar toe te rekenen.

Wat kan je toerekenen:

.het saldo eigen woning

.uitgaven voor partneralimentatie

.uitgaven voor levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar

.uitgaven voor ziektekosten

.bepaalde extra uitgaven (weekenduitgaven) voor gehandicapten

.scholingsuitgaven

.uitgaven voor monumentenpanden

.giften

.dividenden uit de eigen BV

.verliezen op geldleningen aan startende ondernemers

Verdeel gezamenlijke grondslag in box 3

Heeft u het hele  jaar een fiscale partner? En belastbaar inkomen in box 3? Dan mag u niet langer per bezitting en schuld een verdeling maken een verdeling naar keuze maken en het heffingvrije vermogen aan elkaar overdragen. U moet voortaan uitgaan van de gezamenlijke grondslag voor box 3 (sparen en beleggen). De grondslag is het gemiddelde bedrag van uw bezittingen minus schulden op 1 januari en 31 december, voor zover de uitkomst hiervan meer bedraagt dan het gezamenlijke heffingvrije vermogen (in 2010: € 20.661 per persoon).

Let op bij ziektekosten en giften bij fiscaal partnerschap

Beoordeel of het wel zinvol is om te kiezen voor fiscaal partnerschap. Bij ziektekosten en giften kan fiscaal partnerschap ook nadelig uitpakken. De drempel wordt namelijk bepaald door het gezamenlijk drempelinkomen. Als u niet getrouwd bent of geen geregistreerd partner bent, kunt u in 2010 nog kiezen voor fiscaal partnerschap. Vanaf 2011, bent u verplicht fiscaal partner als u voldoet aan de voorwaarden.

Claim heffingskortingen voor kinderen

Als u kinderen heeft en aan de voorwaarden voldoet, kunt u in uw aangifte alle van toepassing zijnde heffingskortingen die verband houden met kinderen claimen.

Dat zijn:

.de inkomensafhankelijke combinatiekorting

.de ouderschapsverlofkorting

.de alleenstaande –ouderkorting

.de aanvullende alleenstaande-ouderkorting

Benut openstaande persoonsgebonden aftrek

Persoonsgebonden aftrekposten zijn uitgaven voor:

.ziektekosten

.giften

.partneralimentatie

.uitgaven voor levensonderhoud van kinderen

.weekenduitgaven voor gehandicapten

.scholingsuitgaven

Deze uitgaven komen in aftrek in box 1. Indien het inkomen in box 1 te weinig is mag het restant in afrek genomen worden in box 3. Wat dan overblijft, mag doorgeschoven worden naar latere jaren. Dus hebt u over 2009 niet het gehele bedrag aan persoonsgebonden uitgaven in aftrek kunnen nemen, neem dan het restant meer in de aangifte over 2010. Zie hiervoor de aanslag inkomstenbelasting 2009

Schuif persoonsgebonden aftrek door

Vaak is het zo dat het handiger is om persoonsgebonden aftrek door te schuiven naar een jaar waarin u de aftrek beter kunt benutten.

Een voorbeeld hiervan is de betaling van een hoge afkoopsom voor alimentatie. In dat geval mag uw fiscale partner, aan wie u de aftrek toebedeelt, geen eigen inkomen of vermogen hebben. Uw partner moet de aftrek dan doorschuiven naar 2011, aangezien de aftrek niet kan worden benut in de aangifte 2010. Valt u volgend jaar ook nog onder het nieuwe partnerbegrip, dan kan uw partner in de aangifte 2011 eventueel de aftrek aan u toekennen.

Trek specifieke zorgkosten af

Sinds 1 januari 2009 zijn alleen specifieke zorgkosten als ziektekosten aftrekbaar. Deze kosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Ga goed na of u deze aftrekpost kunt benutten. De drempel voor aftrek van ziektekosten is erg laag. Deze bedraagt 1,65% van uw drempelinkomen (dat is het inkomen van box 1, 2 en 3 tezamen) maar minstens € 121. Is er sprake van fiscaal partnerschap dan moet u uitgaan van een drempel van 1,65% van uw gezamenlijke drempelinkomen, met een minimum van € 242. Is uw drempelinkomen meer dan € 38.722, dan bedraagt de drempel voor de aftrek 1,65% x € 38.722 + 5,75% van het inkomen boven €38.722.

Maak gebruik van verhoging aftrek zorgkosten

Als u ouder bent dan 65 jaar en een verzamelinkomen heeft van € 32.738 of lager, mag u het bedrag van de uitgaven voor specifieke zorgkosten verhogen met 77%. In 2009 bedroeg deze verhoging 113%.

Trek onkosten vrijwilligerswerk voor anbi af

Doet u vrijwilligerswerk voor een algemeen nut beogende instelling (anbi) en ontvangt u daarvoor geen onkostenvergoeding, dan mag u het bedrag van de werkelijke onkosten opgeven als aftrekbare gift. Hiervoor zijn wel voorwaarden. De belastingdienst moet de instelling aanmerken als anbi. Verder moet u naar maatschappelijke opvattingen recht hebben op een onkostenvergoeding, maar kan de anbi deze vanwege een slechte financiële positie niet betalen. Als de anbi uw onkosten wel kon vergoeden maar u daarvan afzag, mag u de onkosten alsnog als gift aftrekken.

Blijf onder de aanslaggrens

Als u € 43 of minder belasting moet betalen krijgt u geen aanslag. Door te schuiven met inkomsten en aftrekposten kunt u en uw fiscale partner onder de aanslaggrens blijven. Een aangifteprogramma kan dit voor u uitrekenen.

Vraag middeling aan

Indien uw inkomen in box 1 in 2010 sterk afwijkt van het inkomen in andere jaren, kunt u een middelingverzoek indienen bij de belastingdienst over de jaren 2008, 2009 en 2010. U krijgt dan een teruggaaf van inkomstenbelasting. Deze teruggaaf is gelijk aan het verschil tussen de werkelijke inkomstenbelasting over de box 1 inkomens van de jaren 2008, 2009 en 2010 en de belasting die u had moeten betalen als deze inkomens in al die jaren ongeveer hetzelfde waren. Is dit verschil minder dan € 545, dan krijgt u niks terug. Pas wanneer de aanslag over het meest recente jaar definitief vaststaat, kunt u de middeling aanvragen.

Maak bezwaar tegen te hoge WOZ-waarde

Bent u het niet eens met de WOZ-waarde  van de WOZ beschikking, dan kunt u tegen de hoogte van WOZ-waarde bezwaar maken. Natuurlijk moet de lagere waarde kunnen aantonen. De gemeente mag niet langer een ‘foutmarge’ aanhouden. De Hoge Raad heeft dit in 2010 beslist. Dus ook bij kleine bedragen kan het zinvol zijn om bezwaar te maken.

Let op: voor de aangifte 2010 moet u de WOZ-waarde nemen uit de WOZ-beschikking van 2010. Deze beschikking heeft u begin 2010 ontvangen. De WOZ-beschikking die u dit jaar ontvangt gebruikt u voor de aangifte 2011.

Houd datum van inschrijving GBA aan

Als u een deel van het jaar een eigen woning heeft gehad, dan hoeft u het eigenwoningforfait maar over een deel van dat jaar toe te passen. Met ingang van 2010 is het niet meer relevant wanneer u naar de eigen woning bent verhuisd. Het enige wat telt is het moment waarop u bent ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op het desbetreffende adres.

Kleine hypotheekschuld? Los dit af

Als uw hypotheek zo laag is dat het eigenwoningforfait hoger is dan de betaalde rente, is het misschien verstandiger om deze lening af te lossen. U krijgt dan een aftrek wegens geen of geringe woningschuld die net zo hoog is als het eigenwoningforfait zodat u per saldo niet over uw eigen woning wordt belast.

Twee huizen, twee keer aftrek

Als u gescheiden bent en u laat uw ex-partner in de voormalige eigen woning wonen, terwijl u zelf een nieuwe eigen woning heeft gekocht, heeft u recht op dubbele aftrek. U heeft namelijk recht op hypotheekrente aftrek voor beide woningen. Deze dubbele renteaftrek heeft een looptijd van maximaal 2 jaar en begint te lopen op het moment dat de echtelijke woning niet langer uw hoofdverblijf vormt. Zodra uw ex-partner de echtelijke woning verlaat eindigt de dubbele aftrek. Een soortgelijke regeling voor dubbele hypotheekrenteaftrek geldt ook als een voormalige eigen woning leeg komt te staan omdat u bent verhuisd naar een nieuwe eigen woning.

Trek hypotheekrente na verhuurperiode af

Zodra u tijdelijk uw eigen woning verhuurt, dan verhuist de woning naar box 3. Tot 2010 bleef de woning na de verhuurperiode in box 3. Sinds 1 januari 2010 mag u vanaf het moment dat u deze woning niet meer verhuurt de hypotheekrente van de oude woning echter weer aftrekken. Dit geldt tot maximaal twee jaar na het kalenderjaar waarin u de woning hebt verlaten. U kunt tot en met 31 december 2012 gebruikmaken van deze verruimde regeling.

Maak gebruik van belastingverlaging huurinkomsten

Met ingang van 1 januari 2010 worden de inkomsten uit tijdelijke verhuur van uw eigen woning, bijvoorbeeld tijdens uw vakantie, voor 70% belast. In 2009 was dit nog 75%. U moet wel het eigenwoningforfait berekenen over het hele kalenderjaar.

 

Betaal nu lijfrentepremie en trek deze in 2010 af

U kunt de premies voor de aanvulling van uw pensioentekort over de periode 2003 tot en met 2009 in uw aangifte 2010 in aftrek brengen. Dit geldt echter alleen als de premies vóór 1 april 2011 zijn voldaan. Voor lijfrente premies die zijn betaald om uw stakingswinst en fiscale oudedagsreserve om te zetten in een stamrecht, wordt een verruimde termijn gehanteerd. Deze premies moet u uiterlijk 30 juni 2011 zijn betalen.

Let op oppassen bijafgezonderd particulier vermogen

Van een afgezonderd particulier vermogen (APV) is bijvoorbeeld sprake bij een afgezonderd vermogen in een trust. De Belastingdienst beschouwd een APV als bezit van de persoon (of diens erfgenamen) die dat vermogen heeft afgezonderd. De Belastingdienst kan dit vermogen op verschillende manieren belasten. Stort u spaargeld in een APV, dan wordt de waarde van het APV belast in box 3. Brengt u aanmerkelijk belang aandelen in een APV in, dan moet u deze aangeven in box 2. Deze regeling geldt sinds 1 januari 2010 en is ook van toepassing op APV’s  die op 1 januari 2010 al bestonden. Er is dus geen overgangsmaatregel getroffen.

Maak gebruik van de tbs-vrijstelling

Vanaf het moment dat u een pand of een ander vermogen ter beschikking stelt aan uw eigen B.V. of een partner of kind en die B.V. of partner of kind daarmee winst behaalde, heeft u te maken met de terbeschikkingstellingregeling (tbs regeling). Deze inkomsten zijn belast in box 1.Sinds 1 januari 2010 komt u echter in aanmerking voor de tbs-vrijstelling. Deze vrijstelling komt neer op 12% van het gezamenlijke bedrag van het resultaat van de terbeschikkingstelling. Overigens mag u als terbeschikkingsteller sinds 2010 ook de herinvesteringreserve en kostenegalisatiereserve toepassen.

Geplaatst in Aangifte inkomstenbelasting, Inkomstenbelasting | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Maximumaftrek afsluitprovisie hypotheek: € 3.630 per partner

Een ondernemer die een hypothecaire lening afsluit ter financiering van de eigen woning en daarvoor afsluitprovisie moet betalen, kan die provisie direct in aftrek brengen in box 1. De afsluitprovisie is geen vooruitbetaalde rente. De aftrek ineens is gemaximeerd: maximaal mag maar 1,5% van de lening in aftrek worden gebracht met een maximum bedrag van € 3.630. Dat laatste bedrag geldt per partner, dit heeft de Belastingdienst onlangs bekend gemaakt.

Ondernemer X en zijn partner schaften een eigen woning aan. Voor de financiering sloten zij samen een hypothecaire lening af van € 600.000. Hierover dienden ze € 5.500 aan afsluitprovisie te betalen. In hun aangiften inkomstenbelasting gaven ze het volledige bedrag op, als aftrekbare kosten van hun eigen woning. De inspecteur weigerde de aftrek: hij motiveerde zijn afwijzing, dat volgens de wet de aftrek niet meer kon zijn dan € 3.630. De belastingadviseur van ondernemer X was het hier niet mee eens en ging in bezwaar. Hij stelde dat het maximum van € 3.630 niet per echtpaar, maar per individuele belastingplichtige geldt omdat de belastingwet in beginsel moet worden toegepast per afzonderlijke belastingplichtige. Echter de inspecteur was niet op andere gedachten te brengen. De afspraak werd gemaakt om deze rechtsvraag aan de belastingrechter voor te leggen, en met sprongcassatie snel het oordeel van de Hoge Raad daarover te krijgen. Maar zover kwam het niet, de inspecteur legde de zaak alsnog voor aan de kennisgroep “eigen woning” van de belastingdienst en die kwam tot de conclusie dat het absolute maximum van  € 3.630 niet per woning maar per belastingplichtige geldt.

Geplaatst in Inkomstenbelasting | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Wel of geen fiscale partners 2011

In vervolg op mijn eerdere blog van 9 november 2010 over het nieuwe partner begrip geef ik onderstaand een overzicht met de voorwaarden voor fiscaal partnerschap vanaf januari 2011.

Persoonlijke situatie in 2011 Wel/geen fiscale partners
Getrouwd Wel fiscale partners.
Geregistreerd partnerschap. Wel fiscale partners.
Samenwonend met een notarieel samenlevingscontract. Wel fiscale partners.
Samenwonend zonder een notarieel samenlevingscontract. Geen fiscale partners.
En de samenwonende hebben samen geen kind, geen eigen woning of hebben elkaar niet als pensioenpartners aangemeld.
Samenwonend met een samenlevingscontract dat u niet bij een  notaris is afgesloten. Geen fiscale partners.
Samenwonend en samen een kind. Wel fiscale partners.
Samenwonend en samen een eigen woning. Wel fiscale partners.
Samenwonend en elkaars  pensioenpartners. Wel fiscale partners.

Voorbeelden

Op de site van de Belastingdienst zijn de onderstaande voorbeelden gegeven:

In 2011 trouwen?

Op 1 augustus 2011 trouwt u, maar u woonde al het hele jaar samen. U staat allebei op hetzelfde adres ingeschreven. U bent door het trouwen fiscale partners geworden. Omdat u al op 1 januari 2011 op hetzelfde adres staat ingeschreven, bent u vanaf 1 januari 2011 fiscale partners.

Scheiden halverwege 2011

U bent getrouwd, maar besluit uit elkaar te gaan. Op 12 mei 2011 stuurt uw advocaat het verzoek om te scheiden naar de kantonrechter. Op 2 juni 2011 wordt de scheiding uitgesproken en geregistreerd. In afwachting van woonruimte blijft u nog wel samen op hetzelfde adres ingeschreven. Op 1 september 2011 verhuist u of uw ex-echtgenoot. U bent dan fiscale partners tot 1 september 2011.

U bent getrouwd, maar besluit uit elkaar te gaan. U of uw echtgenoot verhuist op 24 april 2011 naar een andere woning. Op 12 mei 2011 stuurt uw advocaat het verzoek om te scheiden naar de kantonrechter. Op 2 juni 2011 wordt de scheiding uitgesproken en geregistreerd. U bent dan fiscale partners tot 12 mei 2011.

Deel van het jaar notarieel samenlevingscontract

U woont vanaf 1 januari 2011 samen. U staat allebei op hetzelfde adres ingeschreven. Op 1 augustus 2011 sluit u een notarieel samenlevingscontract af. U bent daardoor fiscale partners. Omdat u vanaf 1 januari 2011 op hetzelfde adres staat ingeschreven, bent u al vanaf die datum fiscale partners.

Samenwonen in huurhuis, geen notarieel samenlevingscontract

U woont samen in een huurhuis. U staat allebei op hetzelfde adres ingeschreven. In 2010 kunt u nog kiezen voor fiscaal partnerschap. In 2011 kan dat niet meer. Hebt u samen een kind, bent u als pensioenpartners aangemeld, of hebt u van elkaar een kind erkend? Dan bent u fiscale partners. Hebt u dat niet? Dan bent u geen fiscale partners.

Samenwonen, met kind

U woont vanaf 1 januari 2011 samen. U staat allebei op hetzelfde adres ingeschreven. U hebt geen notarieel samenlevingscontract. Op 7 maart 2011 krijgen u en uw partner een kind. U bent daardoor fiscale partners. Omdat u vanaf 1 januari 2011 op hetzelfde adres staat ingeschreven, bent u al vanaf die datum fiscale partners.

Niet hele jaar fiscale partners

Bent u niet het hele jaar getrouwd of voldoet u niet het hele jaar aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap? En staat u niet het hele jaar ingeschreven op hetzelfde adres? Dan bent u maar een gedeelte van het jaar fiscale partners. U kunt dan voor de verdeling van inkomsten en aftrekposten ervoor kiezen om het hele jaar als fiscale partner te worden beschouwd.

Voor de uitbetaling van de algemene heffingskorting verandert er niets. Als u geen of weinig inkomen hebt en u hebt langer dan 6 maanden dezelfde fiscale partner, dan komt u mogelijk in aanmerking voor uitbetaling van de algemene heffingskorting. U moet langer dan 6 maanden getrouwd zijn of langer dan 6 maanden samenwonen en op hetzelfde adres ingeschreven staan.

Geplaatst in Erf- en schenkbelasting, Inkomstenbelasting | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Belastingwijzigingen 2011 per 21 december 2010 voor bedrijven en ondernemers

De wetsvoorstellen “Belastingplan 2011” en “Overige fiscale maatregelen 2011”zijn op 21 december 2010 aangenomen door de Eerste kamer. Onderstaand ga ik in op de verschillende wijzigingen in de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en loonbelasting voor bedrijven en ondernemers.

I Inkomstenbelasting

Zelfstandigenaftrek

Voor niet starters kan de zelfstandigen aftrek niet meer verrekend worden met ander box 1 inkomen zoals inkomsten uit arbeid. Eventuele ( deel van) zelfstandigenaftrek  dat niet kan worden verrekend, kan maximaal negen jaar vooruitgewenteld worden om in een toekomstig jaar alsnog te verrekenen met winst. Voor starters geld dit niet. Startende ondernemers kunnen de zelfstandigenaftrek (inclusief de startersaftrek) gedurende drie jaar dus nog wel verrekenen met ander box 1 inkomen. Daarnaast blijft voor starters ten aanzien van de zelfstandigenaftrek de reguliere verrekening over de jaren heen gelden.

Tijdelijke willekeurige afschrijving
De tijdelijke regeling voor versnelde afschrijving op investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen wordt met een jaar verlengd. Dit betekent dat bedrijven en ondernemers die investeringen doen in het kalenderjaar 2011 deze in twee jaar kunnen afschrijven waarbij in het investeringsjaar ten hoogste 50% willekeurig mag worden afgeschreven. Deze regeling geldt niet voor alle investeringen in bedrijfsmiddelen.

II Vennootschapsbelasting
In de vennootschapsbelastingen vinden enkele inhoudelijke wijzigingen plaats in een aantal regelingen.

Tijdelijke willekeurige afschrijving
De veranderingen zijn dezelfde zoals omschreven bij de inkomstenbelasting.

Verruiming innovatiebox
De innovatiebox wordt verder verruimd. Innovatievoordelen behaald tussen de aanvraag van een octrooi en het verlenen van een octrooi kunnen voortaan in de box worden betrokken. Voorheen was dit niet mogelijk. Hiermee wordt voorkomen dat de duur van de octrooiaanvraagprocedure van invloed is op de aan de innovatiebox toe te rekenen voordelen. In principe is het nu mogelijk om alle innovatievoordelen in aanmerking te laten komen voor de innovatiebox.

Verruiming verliesverrekening
De tijdelijke verruiming van de achterwaartse verliesverrekening wordt met een jaar verlengd. Dit houdt in dat de bestaande mogelijkheid tot terugwenteling van verliezen van één jaar op verzoek wordt verlengd tot drie jaar. In ruil hiervoor wordt dan de huidige voorwaartse verliesverrekening van negen jaar ingekort tot zes jaar. Deze maatregel gold al voor de belastingjaren 2009 en 2010.

Dividendnota
De dividendnota kan sinds maart 2010 ook elektronisch worden verstrekt. De elektronisch verstrekte dividendnota moet dezelfde gegevens bevatten als de papieren versie. Het verstrekken van een dividendnota aan een aanmerkelijkbelanghouder is niet langer noodzakelijk. Hetzelfde geldt in de situaties dat inhouding van dividendbelasting achterwege kan blijven, bijvoorbeeld omdat de deelnemingsvrijstelling van toepassing is of sprake is van een fiscale eenheid.

Reparatie constructies winstvennootschappen
De antimisbruikbepalingen in de vennootschapsbelasting tegen de handel in lege vennootschappen wordt uitgebreid met de verrekening van winst en verlies binnen hetzelfde jaar.

III Loonbelasting

Werkkostenregeling
Per 1 januari wordt een nieuwe regeling ingevoerd: de werkkostenregeling (WKR). Door deze regeling kan, naast een aantal gerichte vrijstellingen, maximaal 1,4% van het totale fiscale loon (de ‘vrije ruimte’) worden besteed aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor werknemers. Over het bedrag boven de vrije ruimte (en afgezien van de gerichte vrijstellingen) moet de werkgever loonbelasting betalen in de vorm van een (gebruteerde) ein dheffing van 80%.

De werkkostenregeling komt in de plaats van de huidige regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Het is nog niet verplicht gebruik te maken van de werkkostenregeling. Tot en met 2013 mag ieder jaar gekozen worden voor de werkkostenregeling of voor de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Na 2013 geldt de werkkostenregeling voor alle werkgevers.

Gerichte vrijstellingen en nihil waarderingen
Bepaalde vergoedingen en verstrekkingen kunnen onbelast worden vergoed en verstrekt zonder dat dit ten koste gaat van de vrije ruimte. Dit is het geval bij:

Gerichte vrijstellingen
De werkkostenregeling kent gerichte vrijstellingen voor de volgende vergoedingen en verstrekkingen:
• vervoer en reiskosten: abonnementen voor reizen met openbaar vervoer;  kostenvergoedingen voor zakelijke reizen en woon-werkverkeer met openbaar vervoer of eigen vervoer van maximaal € 0,19 per kilometer, ook voor de fiets, elektrische fiets, of scooter; losse kaartjes voor zakelijke reizen met openbaar vervoer;
• kosten van tijdelijk verblijf in het kader van de dienstbetrekking;
• maaltijden als gevolg van overwerk, koopavonden, dienstreizen en dergelijke;
• bijscholing, cursussen, congressen, vakliteratuur, training en dergelijke, voor zover ze van belang zijn voor het werk van de werknemer (inclusief kosten van inschrijving in een beroepsregister);
• outplacement;
• studie- en opleidingskosten;
• procedures tot erkenning van verworven competenties (EVC-procedures);
• verhuiskosten;
• extraterritoriale kosten.

Loon in natura met een nihilwaardering
Voor de volgende soorten loon in natura geldt een nihilwaardering:
• voorzieningen op de werkplek zoals bedrijfsfitness, gereedschappen, de vaste computer, het kopieerapparaat en de vaste telefoon;
• arbovoorzieningen;
• consumpties op de werkplek die geen deel uitmaken van een maaltijd;
• ter beschikking gestelde kleding die (bijna) uitsluitend geschikt is om tijdens het werk te dragen, zoals uniformen en overalls, werkkleding die op het werk achterblijft en ter beschikking gestelde werkkleding met een logo van ten minste 70cm2 per kledingstuk;
• de renteloze personeelslening als uw werknemer daarmee een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter koopt (ook binnen cafetariaregelingen);
• de kosten en het rentevoordeel van een personeelslening voor de eigen woning van uw werknemer als deze zonder deze nihil waardering aftrekbaar zouden zijn in de inkomstenbelasting;
• ter beschikking gestelde mobiele telefoon, blackberry of smartphone als het zakelijke gebruik meer dan 10% is
• ter beschikking gestelde hulpmiddelen, waaronder computers en dergelijke apparatuur, gereedschappen en toebehoren, die de werknemer ook ergens anders dan op de werkplek kan gebruiken, als het zakelijke gebruik 90% of meer is;
• ov-jaarkaart en voordeelurenkaart als uw werknemer deze kaart ook voor het werk gebruikt;
• niet-permanente huisvesting op de werkplek, waarbij het redelijkerwijs niet mogelijk is niet op de werkplek te overnachten, bijvoorbeeld aan boord van zeeschepen, of bij parate diensten in een brandweerkazerne.

Loon in natura zonder nihil waardering
• Voor maaltijden op de werkplek geldt als normbedrag € 2,90;
• Voor huisvesting en inwoning op de werkplek (inclusief energie, water en bewassing) geldt een normbedrag van € 5 per dag. Een dergelijke waardering geldt overigens niet als de werknemer voor zijn werk zich redelijkerwijs niet aan deze voorziening kan onttrekken.

Privégebruik auto van de zaak
Als het privégebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto meer bedraagt dan 500 kilometer per jaar, volgt een bijtelling op het loon. Voor ondernemers geldt een vergelijkbare regeling waarbij voor het privégebruik van de auto van de zaak een onttrekking (winstuitdeling) wordt aangenomen. Gemakshalve spreken we hierna van een bijtelling.
De vier tarieven voor de (minimum)bijtelling van de auto van de zaak blijven ongewijzigd staan op:
– 0% voor auto’s zonder CO2-uitstoot (bijvoorbeeld elektrische auto’s). Deze bijtelling geldt tot en met 2014.
– 14% voor zeer zuinige auto’ s met een CO2-uitstoot van maximaal 95 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt óf 110 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt;
– 20% voor zuinige auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 95 en maximaal 116 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt óf 110 en maximaal 140 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt;
– 25% voor alle andere auto’s.

De bijtelling voor auto’s van de zaak die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, bedraagt ten minste 35% van de waarde van de auto in het economische verkeer. Bij deze oude auto’s is de catalogusprijs dus niet van belang. Bij excessief privégebruik kan het zijn dat u moet uitgaan van een hogere werkelijke waarde. Is het privégebruik 500 kilometer of minder en de werknemer kan dat bewijzen, dan kan bijtelling achterwege blijven. Voor bestelauto’s geldt nog het volgende:
– Er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als de werknemer de bestelauto niet kan gebruiken buiten werktijd, bijvoorbeeld omdat de werknemer de bestelauto plaatst op een afgesloten bedrijfsterrein. De werkgever kan ook een schriftelijk verbod op privégebruik opleggen aan de werknemer. Hierbij is vereist dat hij controle uitoefent op de naleving van het verbod en een passende sanctie oplegt als het verbod wordt overtreden.

Geplaatst in Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Vennootschapsbelasting | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Fiscaal voordeel met zeer zuinige personenauto’s

Als u dit jaar of volgend jaar van plan bent te investeren in een zeer zuinige  personenauto kan dat voor u als ondernemer fiscaal voordeel opleveren.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Allereerst kunt u gebruik maken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is het bedrag dat u kunt aftrekken van uw winst indien u heeft geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen. Het gevolg hiervan is lagere winst en dus minder belasting.

U komt voor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek in aanmerking als u investeert in bedrijfsmiddelen voor een bedrag tussen € 2.200 en € 300.000 (cijfers 2010). Deze bedrijfsmiddelen dienen wel te kwalificeren voor de investeringsaftrek. De investeringsaftrek moet wel worden aangevraagd in het jaar dat het bedrijfsmiddelen wordt aangeschaft  en in gebruik wordt genomen. Deze investeringsaftrek  aanvraag kunt u aangeven in de jaarstukken bij de aangifte inkomstenbelasting.

Vanaf 2010 komen zeer zuinige personenauto’s in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Als de co2-uitstoot niet meer is dan 95 gram per kilometer  bij een dieselmotor of niet meer dan 110 gram per kilometer voor andere auto’s is er sprake van zeer zuinige personen auto’s. Elektrische auto’s met 0 gram co2-uitstoot per kilometer vallen ook onder deze regeling. De hoogte van de eventuele aftrek is afhankelijk van uw totale investeringen in een jaar. Aan de hand van onderstaande tabel kunt u aflezen hoe hoog het investeringaftrek bedraagt.

Investering                                          Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

minder dan € 2.200                               0%

€ 2.200 t/m € 54.000                           28% van het investeringsbedrag

€ 54.001 t/m € 100.000                       € 15.120

€ 100.001 t/m € 300.000                    € 15.120 minus 7,56% van > € 100.000

Meer dan € 300.000                              € 0

Willekeurige afschrijving

Met de belastingregeling tijdelijke willekeurige afschrijving (TWA)mag u de zeer zuinige personenauto versneld afschrijven. Deze regel betekent dat u als de investeringsverplichting in 2010 aangaat u in 2010 maximaal 50% en in 2011 maximaal 50% kunt afschrijven. De afschrijvingen vanaf 2011 kunt u ook spreiden over de latere jaren. Hiermee brengt u de winst omlaag, waardoor u minder belasting betaalt. Deze regeling geldt niet alleen voor ondernemers maar ook voor ondernemingen. Onlangs is deze regeling met één jaar verlengd. Ook in 2011 kunt u van deze regeling gebruik maken.

Voorwaarden

U moet onder meer aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De zeer zuinige personenauto is niet eerder gebruikt.
  • U mag niet meer afschrijven dan het bedrag van de investering of de kosten voor de voortbrenging.
  • U gaat de investeringsverplichting aan in 2010 of 2011.

Aanvragen

U meldt de investering bij de Belastingdienst.

Geplaatst in Inkomstenbelasting | Tags: , , , , , , , | 1 reactie